email: info@emvoadvies.nl
maandag, 13 april 2026

Publicatiedatum: 24/06/2021

Categorie: Vennootschapsbelasting

Rechtbank

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLRBDHA20214778, SGR 19/6849

Geen afwaardering van geliquideerde deelneming overgenomen vorderingen


Een bv kocht in 2014 alle aandelen in een buitenlandse aandelenvennootschap voor een bedrag van € 38 miljoen. Het eigen vermogen van deze vennootschap bedroeg ten tijde van de overname ruim € 52 miljoen. De activa en passiva bestonden vrijwel geheel uit vorderingen en schulden. De gekochte vennootschap werd kort na de overname geliquideerd. De bv behaalde bij de liquidatie een onbelast deelnemingsresultaat van ruim € 14 miljoen. De bv heeft na de liquidatie de activa en passiva op haar balans gezet tegen de boekwaarde op de liquidatiebalans. In 2015 wilde de bv een deel van de vordering afwaarderen ten laste van haar winst. De aangifte vennootschapsbelasting 2015 werd overigens pas ingediend nadat de Belastingdienst ambtshalve een aanslag over dat jaar had opgelegd. De aangifte werd behandeld als bezwaarschrift tegen de ambtshalve aanslag. Omdat de bv niet reageerde op vragen naar aanleiding van de aangifte legde de Belastingdienst een navorderingsaanslag op. Vanwege het niet-tijdig indienen van de aangifte werd de bewijslast in de procedure tegen de navorderingsaanslag omgekeerd en verzwaard.

Volgens de rechtbank heeft de bv de stelling van de Belastingdienst dat de afgewaardeerde vorderingen op het moment van overname al waardeloos of onvolwaardig waren onvoldoende weerlegd. De bv heeft geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij onderzoek heeft gedaan naar de volwaardigheid van de vorderingen ten tijde van de overname. De bv had dit onderzoek wel moeten doen c.q. het bewijs van dat onderzoek in de procedure moeten overhandigen aangezien zij in 2015 een afwaarderingsverlies van € 3,6 miljoen ten laste van haar belastbare winst wilde brengen.