De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Datum 4 juni 2021
Betreft Aanbieding ontwerpbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven
Ons kenmerk 2021-0000108563
Geachte voorzitter,
Hierbij bieden de staatssecretaris van Financiën en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) u het ontwerpbesluit aan tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven. De Wet afschaffing
fiscale aftrek scholingsuitgaven is in 2019 aangenomen als onderdeel van het pakket Belastingplan 2020.
De voorlegging geschiedt in het kader van artikel III van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat de voordracht voor het koninklijk besluit wordt gedaan. Deze
voordracht aan de Koning wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
De fiscale aftrek scholingsuitgaven wordt vervangen door de Subsidieregeling STAP-budget.1 Op het moment van indiening en tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven in de Tweede en Eerste Kamer stond de inhoud
van de Subsidieregeling STAP-budget nog niet volledig vast en was ook nog niet duidelijk wanneer deze regeling zou kunnen worden ingevoerd. Door de inwerkingtreding bij Koninklijk Besluit te regelen konden belastingplichtigen bij hun keuze voor scholing al
wel rekening houden met de voorgenomen wijzigingen in de tegemoetkomingen in de kosten van scholing vanuit de Rijksoverheid.
Inmiddels is de Subsidieregeling STAP-budget voorgehangen bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal en is een afschrift van die voorhang verzonden aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal.2 Deze regeling zal zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd, na publicatie
in het Staatsblad van het koninklijk besluit waarin wordt geregeld dat de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven per 1 januari 2022 inwerking treedt.
Uiterlijk 2 juli 2021 moet duidelijkheid bestaan of de fiscale aftrek van scholingsuitgaven per 1 januari 2022 wordt afgeschaft om deze aanpassing tijdig te kunnen verwerken in de voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2022. Is deze duidelijkheid
er niet op 2 juli, dan zal zowel de inwerkingtreding van de Subsidiereling STAP-budget als de afschaffing van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven doorschuiven naar 1 januari 2023. De fiscale aftrek van scholingsuitgaven is namelijk gebonden aan het kalenderjaar,
waardoor de afschaffing plaats moet vinden per 1 januari.
Op dit moment is de inschatting dat het haalbaar is de Subsidieregeling STAP-budget begin 2022 op een verantwoorde wijze in te voeren. De regeling zal onder de verantwoordelijkheid van de minister van SZW in samenwerking met de minister van OCW worden uitgevoerd
door het UWV en DUO. UWV en DUO werken hard om te zorgen voor goede en tijdige implementatie van het STAP-budget. Definitieve besluitvorming over de inwerkingtreding van het STAP-budget, vindt plaats in bestuurlijk overleg tussen deze partijen op 16 juni a.s.
Daarbij worden ook de eerste uitkomsten van de uitgevoerde BIT-toets betrokken, die begin volgende week beschikbaar zullen zijn.
Daarbij maken wij u graag attent op de volgende punten.
Hoewel de uitvoeringssystemen eind 2021 gereed zijn, is het noodzakelijk om eerst een ketenbrede proefproductie te draaien om begin 2022 verantwoord van start te gaan met het STAP-budget. Met de proefproductie wordt getest of de onderdelen van het systeem
goed op elkaar zijn aangesloten en het gehele systeem goed functioneert. Dit zou betekenen dat de STAP-regeling in werking treedt per 1 januari 2022 maar dat het aanvraagloket bij UWV wordt opengesteld per 1 maart 2022. Zoals hierboven genoemd kunnen de scholingsactiviteiten
na vier weken beoordelingstermijn van start gaan. Als medio juni in het bestuurlijk overleg wordt besloten om het aanvraagloket per 1 maart 2022 open te stellen dan betekent dit dat tot 29 maart 2022 er tijdelijk geen publieke financiering van scholingsactiviteiten
mogelijk is. Dit aangezien de fiscale aftrek voor scholingskosten dan al is afgeschaft per 1 januari 2022 en de subsidie niet met terugwerkende kracht aangevraagd kan worden voor scholingsactiviteiten die beginnen vóór 29 maart. De facto is dit een vertraging
van twee maanden ten opzichte van de oorspronkelijke openstelling – zoals ook voorgehangen - van het STAP-budget. De middelen van de gemiste eerste maanden (ongeveer € 30 miljoen) worden gespreid over de resterende maanden van 2022 alsnog voor burgers beschikbaar
gesteld.
Vanuit het ministerie van SZW wordt vanaf december 2021 nog wel € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor de financiering van scholing via de tijdelijke regeling NL leert door met inzet van scholing. Deze regeling is onderdeel van het huidige noodpakket en loopt
tot eind 2022.
Omdat EVC-trajecten, die ook in aanmerking komen voor het STAP-budget, in opzet afwijken van de scholingsactiviteiten kunnen EVC-trajecten pas in de doorontwikkeling worden toegevoegd aan het scholingsregister STAP.3 Dit houdt in dat EVC-trajecten in 2022
nog niet subsidiabel zijn via het STAP-budget.
De minister van SZW zal u onmiddellijk na ommekomst van het bestuurlijk overleg op 16 juni en uiterlijk 18 juni informeren over de inwerkingtreding van STAP, zodat u dit kunt betrekken bij de besluitvorming over de afschaffing van de fiscale aftrek scholingskosten.
Een gelijkluidende brief is gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst
J.A. Vijlbrief
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees
1 Het STAP-budget is een uitgavenregeling die wordt uitgevoerd door UWV en DUO. Vanwege de beoordelingstermijn kan de subsidie door het individu vier weken voor de start van scholingsactiviteit worden aangevraagd,
2 Kamerstukken II 2020/21, 30012, nr. 137.
3 EVC-trajecten zijn name voor praktisch geschoolden van belang om competenties te laten erkennen die zijn verworven op het werk. Op dit moment wordt er nog beperkt gebruik gemaakt van EVC-trajecten (ongeveer 2.200 trajecten in 2020) die veelal worden gefinancierd
door de werkgever.
Ontwerpbesluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van [datum], nr. [kenmerk];
Gelet op artikel III, eerste lid, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Enig artikel
De Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Financiën,
Nota van toelichting
Met dit koninklijk besluit wordt geregeld dat de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven met ingang van 1 januari 2022 in werking treedt. Deze wet regelt de afschaffing van de fiscale regeling voor aftrek van scholingsuitgaven in de Wet inkomstenbelasting
2001. Als vervangende regeling wordt per 1 januari 2022 de Subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie) van kracht. Met het STAP-budget kan iedereen die een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt in de toekomst een persoonlijk ontwikkelbudget
voor scholing en ontwikkeling aanvragen.
Op grond van artikel III, eerste lid, van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven wordt het ontwerpbesluit voor de inwerkingtreding van het afschaffen van de fiscale aftrek voor scholingsuitgaven voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal.
Ter uitvoering daarvan is het ontwerp van dit koninklijk besluit op […] bij beide Kamers voorgehangen.
De Staatssecretaris van Financiën,
Het kabinet heeft met interesse kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD en het CDA. Hierna wordt bij de beantwoording van de vragen zo veel mogelijk de volgorde van het verslag aangehouden, met dien verstande dat
gelijkluidende of in elkaars verlengde liggende vragen tezamen zijn beantwoord.
De leden van de fractie van de VVD vragen wat op dit moment de stand van zaken is met betrekking tot het op een verantwoorde wijze invoeren van de subsidieregeling STAP-budget begin 2022 en op welke datum deze kan worden ingevoerd.
Tijdens de afgelopen maanden is door Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) hard gewerkt aan de implementatie van de uitvoeringssystemen en het gezamenlijk oplossen van knelpunten in de informatievoorziening.
De deelprojecten van UWV en DUO lopen op schema en er is sprake van een goede en vruchtbare samenwerking tussen de ketenpartners. Daarnaast biedt de geplande proefproductie beperkt de ruimte en tijd om kleinere, onvoorziene knelpunten zo mogelijk op te lossen
tussen ketenpartners. Hierdoor bestaat het vertrouwen dat het STAP-budget vanaf 1 maart 2022 op een verantwoorde manier uitgevoerd zal kunnen worden.
De leden van de fractie van de VVD vragen of het mogelijk is om de fiscale aftrek scholingsuitgaven tot het moment van invoering van de subsidieregeling in stand te laten, ook al is dat gedurende het jaar 2022, en zo ja, wat de gevolgen zijn voor burgers
en bedrijven.
Het is niet mogelijk om de fiscale aftrek in stand te laten tot het moment van invoering van de subsidieregeling. De scholingsaftrek is net als overige fiscale aftrekposten gebonden aan een kalenderjaar; de drempel en het maximum jaarbedrag is gebaseerd
op jaarbedragen. Wanneer de faciliteit slechts voor een deel van het jaar geldt zijn de drempel en het maximum jaarbedrag relatief te hoog. Bovendien wordt hiermee relevant op welk moment de uitgaven precies in het belastingjaar zijn gedaan. Dit is niet controleerbaar
voor de Belastingdienst. Daarom is het slechts mogelijk om de aftrek per 1 januari van een jaar af te schaffen.
De leden van de fractie van de VVD vragen zich voorts af, indien het niet mogelijk is om de fiscale regeling tot het moment van invoering van de subsidieregeling in stand te laten, of dat er voor zou pleiten een en ander uit te stellen tot 1 januari 2023.
De leden van de fractie van het CDA vragen waarom het kabinet het verstandig vindt de regeling al per 2022 te vervangen, terwijl de regeling naar hun mening op dat moment nog niet goed zal zijn uitgewerkt en er nog onzekerheden ten aanzien van de uitvoering
bestaan. Deze leden vragen of het in het kader van “geen oude schoenen weggooien, voordat men nieuwe heeft” niet verstandiger is dat de STAP-regeling nog verder en beter wordt uitgewerkt alvorens de oude regeling wordt afgeschaft, zodat in 2023 kan worden
gestart met een volwaardige, goed werkende STAP-regeling.
Met invoering van de basisvariant van het STAP-budget per 1 maart 2022 wordt een volwaardig nieuw uitvoeringssysteem neergezet dat verschillende voordelen kent ten opzichte van de huidige fiscale aftrek scholingskosten. Uit de evaluatie van het Centraal
Plan Bureau blijkt dat de effectiviteit van de fiscale aftrek scholingskosten beperkt is. Met de invoering van het STAP-budget worden belangrijke drempels van de fiscale aftrek weggenomen doordat scholingskosten niet langer door het individu moeten worden
voorgeschoten, er geen eigen bijdrage nodig is bij scholing tot € 1.000 en het STAP-budget meer mogelijkheden biedt voor ondersteuning van doelgroepen en controle op effectiviteit en de naleving van voorwaarden.
Zoals vermeld in de Kamerbrief Voortgang subsidieregeling STAP-budget van 21 juni jl., worden er drie onderwerpen doorgeschoven naar de doorontwikkeling. Het gaat hierbij om aanvullende functionaliteiten van het STAP-budget en dit heeft geen directe gevolgen
voor het functioneren van de basisvariant.
Ten eerste is het tijdens de implementatie onverhoopt niet mogelijk gebleken om het uitvoeringssysteem op tijd gereed te hebben voor subsidiëring van EVC-trajecten (EVC: Erkenning van eerder Verworven Competenties). In de uitvoeringstoetsen van UWV en DUO
was dit eerder nog niet voorzien. Vanwege het specifieke karakter van EVC-trajecten is eerst aanpassing van het systeem noodzakelijk.
Ten tweede zal het in 2022 niet mogelijk zijn om meerdere keren een STAP-budget aan te vragen voor meerjarige scholingsactiviteiten. In de uitvoeringstoets van november 2019 is dit onderwerp door UWV al aangemerkt voor de doorontwikkeling.
Ten derde komen in 2022 schoolkosten die niet via de opleider lopen, zoals voor verplicht studiemateriaal, niet in aanmerking voor het STAP-budget. In de regeling en het uitvoeringssysteem STAP-budget wordt alleen uitgegaan van verplichte schoolkosten die
door de opleider zelf in rekening worden gebracht. In de doorontwikkeling zal er nog een besluit moeten worden genomen of ook de schoolkosten voor studiemateriaal die niet via de opleider lopen in aanmerking zouden moeten komen voor het STAP-budget.
Hoewel bij trajecten met een grote ICT-component nooit met zekerheid gezegd kan worden hoe groot de kans is dat de systemen tijdig gereed zijn, acht het kabinet de kans op dit moment klein dat de systemen en processen niet tijdig gereed zijn om 1 maart 2022
te kunnen starten met de uitvoering. Het kabinet wordt hierin gesterkt door zowel UWV als DUO die vertrouwen uitspreken in de haalbaarheid van 1 maart 2022 als datum waarop gestart kan worden met de uitvoering van STAP. Er is goed zicht op de risico’s en daar
wordt ook sterk op gestuurd. Daarnaast biedt de vruchtbare samenwerking tussen de ketenpartners ook vertrouwen dat uitdagingen die nog op het pad zouden komen gezamenlijk opgelost kunnen worden. Hierdoor bestaat er bij de ketenpartners het vertrouwen dat het
STAP-budget per 1 maart 2022 op een verantwoorde manier ingevoerd kan worden.
Op basis van de integrale afweging van voordelen die het STAP-budget oplevert ten opzichte van de fiscale aftrek scholingskosten, de onderwerpen van doorontwikkeling en gemitigeerde onzekerheden rondom tijdige invoering, komt het kabinet tot de conclusie
dat het wenselijk is om de afschaffing van de fiscale aftrek door te zetten en financiering via het STAP-budget per 1 maart 2022 in te voeren. Op dit moment is voldoende duidelijk dat de voordelen van de basisvariant STAP-budget opwegen tegen de nadelen van
de overbrugging begin 2022 en de noodzaak van doorontwikkeling.
De leden van de fractie van de VVD vragen of er verschillen zijn tussen de jaarlijkse totaalbedragen/budgetten en de manier waarop een en ander begrotingstechnisch geregeld is/wordt tussen de huidige fiscale regeling in vergelijking met de nieuwe subsidieregeling.
Zo ja, dan vragen zij of de Kamer een overzicht kan ontvangen van (een vergelijking tussen) beide.
Het voornemen om van de fiscale scholingsaftrek een subsidieregeling te maken bestaat al langer. Reeds in de begroting van 2018 is hier rekening mee gehouden, door het budgettaire beslag van de fiscale scholingsaftrek als bestedingsruimte beschikbaar te
maken op de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) (onder artikel 4, onder de noemer ‘permanent leren’). Toen werd er nog van uitgegaan dat de subsidieregeling onder de primaire verantwoordelijkheid van de minister van OCW
zou vallen. Bij de begroting van 2021 is het structurele budget van het ministerie van OCW naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) overgemaakt, aangezien niet het ministerie van OCW maar het ministerie van SZW het eerstverantwoordelijke
ministerie zal zijn voor de uitvoering van de subsidieregeling. Tussen 2018 en 2021, toen de fiscale aftrek nog doorliep, is jaarlijks budget afgeboekt van de subsidieregeling, zodat de budgettaire reeks nu ingaat per 2022. Het bedrag dat is geraamd voor de
fiscale aftrek van scholingsuitgaven staat dus een op een in verhouding tot het bedrag aan beschikbaar STAP-budget en in zoverre zijn er geen budgettaire verschillen aanwezig tussen beide regelingen. In de praktische uitvoering is een relevant verschil dat
een fiscale regeling geen plafond qua budgettair beslag kent, terwijl het STAP-budget een uitgavenplafond kent en onder het uitgavenkader valt. Is het (periodieke) plafond bereikt, dan worden in principe geen aanvragen meer gehonoreerd. Een eventuele verhoging
van het plafond dient te worden ingepast onder het uitgavenkader.
De leden van de fractie van de VVD vragen of een overzicht kan worden gegeven van de in kaart gebrachte risico’s van het doorzetten van invoering in 2022 ten opzichte van het uitstellen van de startdatum en de daarbij gebruikte weging en oplossingsrichtingen.
Bij de afweging van de invoering van STAP in 2022 ten opzichte van het uitstellen van de startdatum is in nauw overleg met de minister van OCW en de ketenpartners UWV en DUO een integrale afweging gemaakt. Er is gekeken naar de tijdige vaststelling van de
regeling, concrete uitwerking van maatregelen om knelpunten in de implementatie op te lossen, tijdige realisatie van de ICT, adoptiebereidheid van opleiders, de vulling van het scholingsregister en de eerste bevindingen van het Adviescollege ICT Toetsing (AcICT).
Op dit moment zien ketenpartners UWV en DUO nog een aantal risico’s voor de invoering van STAP vanaf 1 maart 2022. Het eerste belangrijke risico is de tijdige en voldoende vulling van het scholingsregister. Het is van belang dat er een omvangrijk en divers
aanbod aan scholingsactiviteiten in het scholingsregister is geregistreerd en dat deze tijdig beschikbaar zijn voor de proefproductie (1 december 2021) en de start van de uitvoering (1 maart 2022). De afgelopen maanden is een monitor uitgezet onder opleiders
om te kijken naar de adoptiegraad en in te schatten of er aan het begin van de proefproductie en bij de start van STAP een voldoende gevuld scholingsregister is. Het beeld dat daaruit komt is dat veel opleiders aangeven zich in 2022 te zullen melden en hun
scholingsactiviteiten te registreren in het scholingsregister. Voor een deel van de opleiders zullen de scholingsactiviteiten via een geautomatiseerde koppeling in het scholingsregister worden opgenomen. Er zullen ook een aantal opleiders zijn die niet vanaf
de start van STAP hun scholingsactiviteiten zullen aanbieden. Zoals het er nu naar uitziet is dit een kleine minderheid van de opleiders. In het algemeen is de verwachting dat met name het MBO en private opleiders hun scholingsactiviteiten registreren, en
het zou kunnen dat de adaptatie bij HBO en universiteiten langzamer verloopt. De verwachting is daarmee dat in 2022 een voldoende gevuld scholingsregister beschikbaar zal zijn. Daarnaast moet de kwaliteit van de data in het scholingsregister voldoende zijn.
Door ketenpartners worden verschillende maatregelen ingezet om de datakwaliteit te bevorderen. Zo worden opleiders geïnstrueerd hoe en welke gegevens zij moeten aanleveren in het scholingsregister en worden er ook controles uitgevoerd op de data die wordt
doorgegeven. Daarmee verwachten de ketenpartners voldoende maatregelen te hebben getroffen om de datakwaliteit te borgen. De eventuele onvoorziene tegenvallers vormen een derde risico. Een belangrijke beheersmaatregel voor dit risico is om te starten met een
basisvariant van STAP. Door in te zetten op de robuuste invoering van de basis van de STAP-regeling en verdere verbeteringen te faseren in de tijd, is invoering in 2022 haalbaar. Daarnaast biedt de periode van proefproductie beperkt de ruimte en tijd om kleinere,
onvoorziene knelpunten zo mogelijk op te lossen tussen ketenpartners.
Tot slot is er nog het lopende adviestraject van AcICT. Op 10 februari is AcICT verzocht om een advies uit te brengen over het programma rondom de implementatie van het STAP-budget. Kort daarop heeft AcICT besloten om voor het STAP-budget een advies uit
te brengen; op dit moment wordt hier door AcICT nog aan gewerkt. Om het beeld van het AcICT toch al mee te kunnen wegen heeft AcICT vooruitlopend op hun advies hun beelden en zienswijzen gedeeld. Bij de beelden die AcICT heeft gedeeld, zaten waardevolle suggesties
die ook al opgepakt kunnen worden. De beelden die AcICT gedeeld heeft zijn ook meegewogen in de afweging om STAP per 1 maart 2022 in te kunnen voeren. Het kabinet verwacht dat de grootste risico’s op verder uitstel daarmee gemitigeerd zijn.
De leden van de fractie van de VVD vragen voorts hoe het risico wordt gewogen dat mensen geen scholingsactiviteiten starten vanwege het ontbreken van fiscale aftrekmogelijkheden en het tevens ontbreken van het beoogde alternatief.
Met invoering van STAP per 1 maart 2022 is er een periode van ongeveer drie maanden waarin mensen niet met behulp van STAP-budget een opleiding kunnen starten en tevens geen gebruik kunnen maken van de fiscale scholingsaftrek. Voor zover mensen niet beschikken
over middelen die door de werkgever beschikbaar worden gesteld voor scholing en ontwikkeling, zou het kunnen zijn dat de deelname van scholing in de eerste drie maanden van 2022 worden uitgesteld. Het beschikbare budget over heel 2022 blijft echter ongewijzigd
waardoor er per saldo evenveel mensen van het STAP-budget gebruik kunnen maken als beoogd is.
Daarnaast zijn er – naast financiering door de sector of werkgever – nog andere mogelijkheden voor burgers om met behulp van publieke financiering scholingsactiviteiten te volgen. Zo is er de mogelijkheid om scholing te volgen via de subsidieregeling NL
leert door met inzet van sectoraal maatwerk (budget: € 70 miljoen). Verder zal in het najaar van 2021 nog een nieuw tijdvak van de regeling NL leert door met inzet van scholing worden opengesteld (budget: € 30 miljoen, na een budget van € 34 miljoen in 2020/2021).
Naar verwachting is het vanaf december van dit jaar tot in 2022 mogelijk om via deze regeling kosteloze scholing te volgen en overbrugt daarmee de periode tot aan de start van scholingsactiviteiten die gesubsidieerd worden door het STAP-budget.
De leden van de VVD vragen tot slot specifiek hoe het risico van de uitvoering door UWV wordt gewogen.
Met UWV is als een van de uitvoerders van de regeling en een van de ketenpartners vanzelfsprekend voortdurend nauw overleg over de voortgang van de implementatie en de haalbaarheid ervan. UWV onderschrijft de risico’s die er bestaan, maar heeft tevens het
vertrouwen uitgesproken in de haalbaarheid van 1 maart 2022. UWV heeft vertrouwen dat de implementatie in de gehele keten dan gereed is en dat met de robuuste basisversie die nu wordt neergezet de STAP-regeling per 1 maart 2022 op een verantwoorde wijze zal
kunnen worden uitgevoerd. UWV ziet ook geen problemen in de samenloop van de uitvoering van deze regeling in relatie tot andere regelingen. Dat komt omdat de realisatie en uitvoering van de STAP-regeling door een volledig separaat team wordt opgepakt.
De leden van de fractie van het CDA geven aan twijfels te hebben bij het voorstel om met ingang van 1 januari 2022 de fiscale aftrek scholingskosten te vervangen voor het STAP-budget. Deze leden maken zich zorgen over het gat van drie maanden dat ontstaat
omdat de fiscale aftrek per eind 2021 zou vervallen, terwijl de STAP-regeling pas in maart 2022 wordt opengesteld. Deze leden wijzen er op dat dat gat tijdelijk wordt opgelost, door de coronaregeling NL Leert in te zetten, die daar naar hun mening niet voor
bedoeld is. Zij vragen wat de gevolgen zijn als de proefproductie niet succesvol is en de STAP-regeling later wordt opengesteld. Zij vragen daarbij hoe een groter gat wordt opgelost en wat hiervan de mogelijke kosten zijn
Hoewel, zoals hiervoor ook al aangegeven, bij trajecten met een grote ICT-component nooit met zekerheid gezegd kan worden hoe groot de kans is dat de systemen tijdig gereed zijn, acht het kabinet de kans op dit moment klein dat de systemen en processen niet
tijdig gereed zijn om 1 maart 2022 te kunnen starten met de uitvoering. Het kabinet wordt hierin gesterkt door zowel UWV als DUO die vertrouwen uitspreken in de haalbaarheid van 1 maart 2022 als datum waarop gestart kan worden met de uitvoering van STAP. Er
is goed zicht op de risico’s en daar wordt ook sterk op gestuurd. Daarnaast biedt de vruchtbare samenwerking tussen de ketenpartners ook vertrouwen dat uitdagingen die nog op het pad zouden komen gezamenlijk opgelost kunnen worden. Hierdoor bestaat er bij
de ketenpartners het vertrouwen dat het STAP-budget per 1 maart 2022 op een verantwoorde manier ingevoerd kan worden.
Het spreekt vanzelf dat gedurende de implementatie van STAP zich nog knelpunten kunnen voordoen die we nu nog niet kunnen overzien. Mitigerende maatregel is dat die knelpunten kunnen worden opgelost bij de doorontwikkeling van STAP. Daarnaast biedt de periode
van proefproductie beperkt de ruimte en tijd om kleinere, onvoorziene knelpunten zo mogelijk op te lossen tussen ketenpartners.