Datum 20 mei 2021
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van , nr. WJZ/ Error! Unknown document property name., houdende wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies in verband met subsidiëring van de kosten voor advies en ondersteuning
van verduurzamingsmaatregelen voor bedrijfspanden en bedrijfsvoering van mkb’ers
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, Handelende in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op de artikelen 2, 4, 5, eerste en tweede lid, 15, 16, 17, eerste, vierde en zesde lid, 19, tweede lid, 25, 34, eerste lid, 50, negende lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
Artikel I
De Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
Na titel 4.6 wordt een titel toegevoegd, luidende:
TITEL 4.7 Advies en ondersteuning verduurzamingsmaatregelen MKB
Artikel 4.7.1 Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
bedrijfspand: pand dat de mkb-onderneming in eigendom heeft of huurt, en waarin de mkb-onderneming diens werkzaamheden verricht, met een jaarlijks energieverbruik van minder dan 25.000 kubieke meter aardgasequivalenten en minder dan 50.000 kilowatt
uur elektriciteit;
bedrijfsvoering: alle handelingen die een mkb-onderneming bedrijfsmatig onderneemt in haar bedrijfsvoering die niet zien op het gebruik van het bedrijfspand;
energieadviseur: onderneming die bedrijfsmatig onderzoek doet naar en adviseert over mogelijke door een mkb-onderneming te nemen verduurzamingsmaatregelen en die niet werkzaam is bij die mkb-onderneming;
energieregisseur: onderneming die bedrijfsmatig ondersteunt bij de door een mkb-onderneming te nemen verduurzamingsmaatregelen en die niet werkzaam is bij die mkb-onderneming;
mkb-onderneming: onderneming naar Nederlands recht met maximaal 250 fte’s in dienst en een jaaromzet van maximaal € 50.000.000, die minstens één bedrijfspand bezit of huurt;
verduurzamingsmaatregel: maatregel die aantoonbaar direct leidt tot energiebesparing of een reductie van CO2-uitstoot, niet zijnde een gedragsmaatregel.
Artikel 4.7.2 Subsidieverstrekking
1. De minister verstrekt op aanvraag aan een mkb-onderneming:
a. subsidie voor de gemaakte kosten voor het advies van een energieadviseur, opgesteld na [datum publicatie], over verduurzamingsmaatregelen voor het bedrijfspand of voor de bedrijfsvoering van die mkb-onderneming;
b. subsidie voor de gemaakte kosten voor de ondersteuning door een energieadviseur of energieregisseur bij het uitvoeren van één of meer verduurzamingsmaatregelen welke volgen uit het advies, bedoeld onder a, indien het advies aan de mkb-onderneming is verzonden
vóór het uitvoeren van de verduurzamingsmaatregelen.
2. Een mkb-onderneming die voor één bedrijfspand beide subsidies, bedoeld in het eerste lid, wil aanvragen, doet dat in één aanvraag.
3. Een mkb-onderneming kan per bedrijfspand eenmalig de subsidies, bedoeld in het eerste lid, aanvragen. De mkb-onderneming dient per bedrijfspand één aanvraag in.
Artikel 4.7.3 Hoogte subsidie en verdeling van het subsidieplafond
1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
2. De subsidie voor het advies, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder a, bedraagt 80% van de gemaakte kosten, bedoeld in het eerste lid, met een minimumbedrag van € 400 en tot een maximumbedrag van € 750.
3. De subsidie voor de ondersteuning, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder b, bedraagt 80% van de gemaakte kosten, met dien verstande dat de som van de bedragen van de subsidies, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, niet hoger is dan € 2.500.
Artikel 4.7.4 Subsidiabele kosten
1. Artikel 10, tweede lid, van het besluit is niet van toepassing.
2. Voor de subsidie, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder a, komen in aanmerking kosten voor een advies dat de volgende gegevens bevat:
a. de datum van verzending van het advies aan de mkb-onderneming;
b. de naam en het Kamer van Koophandel-nummer van de energieadviseur of de energieregisseur;
c. de naam van de mkb-onderneming en het adres van het bedrijfspand;
d. een opgave van het energieverbruik van de onderneming per bedrijfspand waarvoor subsidie wordt aangevraagd in aardgasequivalenten en kWh van het afgelopen jaar, of, indien de mkb-onderneming minder dan een jaar opereert, van de werkzame maanden, met een
onderbouwde inschatting van het jaarlijks energieverbruik;
e. een beschrijving van het jaarlijks energieverbruik, bedoeld onder d, omgerekend naar CO2-uitstoot volgens de omrekeningswaarden, bedoeld in de tabel in bijlage 1, van het bedrijfspand en van de bedrijfsvoering, uitgesplitst naar onderdeel van de bedrijfsvoering;
f. een beschrijving van de mogelijke verduurzamingsmaatregelen van het bedrijfspand en van de bedrijfsvoering van de betreffende mkb-onderneming, die qua rendement leiden tot de grootste energiebesparing, omgerekend naar CO2-uitstoot volgens de omrekeningswaarden,
bedoeld in de tabel in bijlage 1, of reductie van CO2-uitstoot; en
g. per mogelijke verduurzamingsmaatregel, bedoeld onder f, een beschrijving van de potentiële energiebesparing, omgerekend naar CO2-uitstoot volgens de omrekeningswaarden, bedoeld in de tabel in bijlage 1, of reductie van CO2-uitstoot van die maatregel,
de kosten voor de maatregel en de verwachte terugverdientijd van de maatregel.
3. Voor de subsidie, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder b, komen in aanmerking kosten voor:
a. het opstellen van een financieringsplan;
b. het opstellen van een overzicht van de te nemen stappen;
c. de ondersteuning bij het aanschaffen en installeren van materialen of diensten;
d. het opvragen en op geschiktheid beoordelen van offertes;
e. het aanvragen van één of meer subsidies of andere financieringsmogelijkheden;
f. het opstellen en uitzetten van een opdracht;
g. het begeleiden van en toezien op de uitvoering;
h. het aanvragen van de subsidies, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid.
Artikel 4.7.5 Afwijzingsgronden
De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. de activiteiten zullen worden verricht aan een bedrijfspand dat niet gelegen is in Nederland;
b. het bedrijfspand zich op een adres bevindt met slechts een woonbestemming;
c. het advies, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder a, ook ziet op andere zaken dan verduurzaming en aannemelijk is dat de kosten voor het advies door die andere zaken aanzienlijk hoger zijn dan wanneer het advies slechts op verduurzaming had gezien,
waardoor een hogere subsidie is aangevraagd;
d. aannemelijk is dat de energieadviseur of energieregisseur niet tegen marktwaarde heeft gewerkt.
Artikel 4.7.6 Verplichtingen subsidieontvanger
1. De subsidies, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, worden alleen uitgekeerd wanneer de mkb-onderneming aantoont minstens één maatregel uit het advies, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder a, te zullen uitvoeren of te hebben uitgevoerd binnen één
jaar na de datum van verzending van dat advies, door overlegging van een getekende offerte, opdracht of betaalbewijs, bedoeld in artikel 4.7.7, onder e.
2. De mkb-onderneming is verplicht de in het kader van de subsidieverlening gevoerde administratie te bewaren tot tien belastingjaren na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.
Artikel 4.7.7 Informatieverplichtingen
De aanvraag voor subsidie bevat:
a. het Kamer van Koophandel-nummer van de subsidieaanvrager;
b. het Kamer van Koophandel-nummer van de energieadviseur en van de energieregisseur, indien de ondersteuning, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder b, daardoor is verleend;
c. het advies, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder a;
d. een factuur van de energieadviseur voor de gemaakte kosten als bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder a, en, indien ook de subsidie, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder b, wordt aangevraagd, een factuur van de energieadviseur of energieregisseur
voor de gemaakte kosten als bedoeld
in artikel 4.7.2, eerste lid, onder b, waarin de kosten worden gespecificeerd;
e. een namens de mkb-onderneming ontvangen offerte of namens de mkb-onderneming getekende opdracht aan een andere onderneming voor het binnen één jaar na de datum, bedoeld in artikel 4.7.4, tweede lid, onder a, uitvoeren van minstens één van de verduurzamingsmaatregelen,
bedoeld in artikel 4.7.4, tweede lid, onder f, dan wel een betaalbewijs voor materialen of diensten die aantonen dat de mkb-onderneming minstens één van de verduurzamingsmaatregelen, bedoeld in artikel 4.7.4, tweede lid, onder f, zelf uitvoert of laat uitvoeren;
f. een verklaring de-minimissteun; en
g. het adres van het bedrijfspand waarvoor de mkb-onderneming een subsidie, bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, aanvraagt.
Artikel 4.7.8 Verlening en vaststelling van de subsidie
Bij verlening van de subsidie wordt direct een beschikking tot subsidievaststelling afgegeven.
Artikel 4.7.9 Staatssteun
Een subsidie als bedoeld in deze regeling kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de algemene de-minimisverordening.
Artikel 4.7.10 Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op aanvragen die voor deze datum zijn ingediend, en op subsidies die voor deze datum zijn verleend.
B
Na bijlage 4.6.2 wordt een bijlage toegevoegd, luidende:
Bijlage 4.7.1 behorende bij artikel 4.7.4 van de Regeling nationale EZK en LNV-subsidies
De omrekening van het energieverbruik van de mkb-onderneming vindt plaats op grond van de omrekeningswaarden, bedoeld in onderstaande tabel. De uitstoot van een bedrijfswagen kan zowel per liter als per kilometer berekend worden.
1 kWh elektriciteit = 0,405 Kg CO2
1 Nm3 aardgas = 1,785 Kg CO2
1 GJ warmte = 32,53 Kg CO2
1 liter benzine (E95) = 2,269 Kg CO2
1 liter diesel = 2,606 Kg CO2
Personenvervoer / kilometer = 0,163 Kg CO2
Goederenvervoer / kilometer = 0,895 Kg CO2
Artikel II
In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2021 wordt onder de rij van titel 4.6 een rij toegevoegd, luidende:
Titel 4.7:
Advies en ondersteuning verduurzamingsmaatregelen MKB
4.7.2 01-10-2021 tot en met 30-09-2022
€31.500.000
Artikel III
Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2021.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage,
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
TOELICHTING
I. Algemeen
1. Inleiding
De aanleiding voor deze subsidieregeling is tweeledig. Enerzijds hebben de afspraken van het Klimaatakkoord gevolgen voor het midden- en kleinbedrijf (hierna: mkb) waarbij de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat –Klimaat en Energie (hierna:
EZK) wil ondersteunen. Anderzijds is de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK) reeds een traject gestart voor verduurzaming van de bestaande utiliteitsbouw en ter uitvoering van het Urgenda-vonnis.
Het Klimaatakkoord heeft directe gevolgen voor mkb’ers, zoals aangescherpte duurzaamheidseisen in de vorm van een CO2-arme utiliteitsbouw en emissieloze zones in stadskernen, of hogere energiebelastingen. Uit onderzoek van KPMG, dat op 29 juni 2020 is aangeboden
aan de Tweede Kamer bij de brief van de minister van EZK1, blijkt dat de kennis onder mkb’ers van de inhoud van het Klimaatakkoord en wat dit voor hun onderneming betekent, beperkt is. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de naar aanleiding van het Klimaatakkoord
mogelijk te treffen maatregelen en de investeringen die hiermee gemoeid zijn. Ook het moment in de tijd waarop de maatregelen getroffen dienen te worden, lijkt vaak nog een onzekerheid bij ondernemers. Een veelgehoorde zorg van ondernemers is kortom dat zij
het moeilijk vinden om in te schatten wat het Klimaatakkoord van hen vraagt, en wanneer.
Ook hebben mkb’ers vaak onvoldoende tijd of expertise om zich hierin te verdiepen, zijn ze niet goed bekend met subsidieregelingen op klimaat- en energiegebied en vinden ze de informatievoorziening van de overheid hierover onduidelijk. Met name voor het
kleine mkb is dit problematisch, want grotere bedrijven maken voor dit soort vraagstukken doorgaans gebruik van specialisten.
Dit leidt er in de praktijk toe dat er bij met name het kleine mkb onvoldoende handelingsperspectief is om maatregelen te nemen naar aanleiding van het Klimaatakkoord en om de CO₂-uitstoot van hun onderneming te verminderen. Daarom is in dezelfde brief aan
de Tweede Kamer van 29 juni 2020 van de minister van EZK aangegeven dat het kabinet aanknopingspunten ziet om het mkb verder en beter te ondersteunen bij het realiseren van de klimaatopgave, en wordt een subsidieregeling voor het mkb aangekondigd waarmee extern
advies kan worden ingekocht over CO₂-reductiemaatregelen.
In de brief aan de Tweede Kamer van 23 juni 2020 ‘Ontwikkelingen verduurzaming bestaande utiliteitsbouw’2 is aangekondigd dat de minister van BZK voor het mkb aanvullende middelen beschikbaar stelt om partijen te stimuleren om met de verduurzaming van hun
gebouwen aan de slag te gaan. De middelen hiervoor komen uit de investeringsimpuls voor maatschappelijk vastgoed, in het kader van doorbouwen tijdens de Coronacrisis, en uit het pakket voor maatregelen in de gebouwde omgeving in het kader van de uitvoering
van het Urgenda-vonnis.
Deze subsidieregeling is op initiatief van EZK en BZK gezamenlijk tot stand gekomen en vormt een verdere uitwerking van de voornemens uit beide Kamerbrieven. Beide voornemens hebben immers betrekking op het stimuleren van energiebesparing en het verminderen
van de CO₂-uitstoot van mkb’ers. EZK en BZK denken hier met een gezamenlijke subsidieregeling het beste invulling aan te kunnen geven.
2. Afbakening doelgroep en doel van de regeling
De regeling is gericht op het mkb met een laag energieverbruik. Als criterium hiervoor is aangesloten bij de drempels voor het energieverbruik waarboven de Energiebesparingsplicht van toepassing is: vanaf minimaal 50.000 kWh en 25.000 m³ aardgasequivalenten
per jaar. Ondernemingen met een energieverbruik onder die drempels vallen niet onder de Energiebesparingsplicht op grond van artikel 2.15, zevende lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In deze regeling is hiervoor gekozen, omdat die groep mkb’ers
de meeste knelpunten heeft bij het identificeren en nemen van maatregelen en ondersteuning hierbij het meest nodig heeft. Het gaat hier voor het overgrote deel om relatief kleine locaties met een eenvoudige opzet van het pand, de installaties en het bedrijfsproces,
maar wel met een redelijk bespaarpotentieel. De grens is gelegd bij de drempels voor de Energiebesparingsplicht omdat hier al een heel instrumentarium omheen zit, zoals de Erkende Maatregelenlijsten (hierna: EML) met energiebesparingsmaatregelen met terugverdientijden
van 5 jaar of minder. De bedrijven die onder deze plicht vallen, moeten rapporteren bij de gemeente of Omgevingsdienst welke maatregelen ze genomen hebben en zijn wettelijk verplicht deze maatregelen ook te nemen. Daarnaast is het subsidiëren van deze maatregelen
niet toegestaan. In
het vervolg van de tekst wordt met mkb of mkb’er bedoeld ondernemingen die aan onderstaande kenmerken voldoen.
De doelgroep in een overzicht:
· Een bedrijf met een bedrijfspand met een gasverbruik van minder dan 25.000 Nm3 per jaar én elektriciteitsverbruik minder dan 50.000 kWh per jaar. Dit bedrijf valt hiermee in de categorie kleingebruikers conform het Activiteitenbesluit milieubeheer.
· Een Nederlandse mkb-onderneming met maximaal 250 fte in dienst en een jaaromzet van maximaal € 50.000.000. Hiermee wordt aangesloten bij de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen uit de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003
betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, welke staat in artikel 2, eerste lid van de Bijlage.
· Het bedrijf is een rechtspersoon, zoals ondernemingen, verenigingen en stichtingen, of een natuurlijke persoon die bijvoorbeeld een onderneming in stand houdt, zoals een eenmanszaak met personeel.
· Eigenaar-gebruikers of huurders van een pand dat zij bedrijfsmatig gebruiken.
Er is gekozen voor een stimulans in de vorm van een subsidie voor het inkopen van professioneel, op maat gemaakt advies gericht op energiebesparing of reductie van CO₂-uitstoot van het bedrijf. Dit advies wordt opgesteld door een energie-adviseur. Onder
energieadviseur wordt hier verstaan een expert op het gebied van energiebesparing en CO₂ reductie, vanuit het oogpunt van verduurzaming van de gebouwde omgeving en vanuit het oogpunt van de verduurzaming van bedrijfsprocessen. Deze adviseur wordt geacht verstand
te hebben van type maatregelen in gebouwen en in bedrijfsprocessen en hoeveel energiebesparing c.q. CO₂ reductie met deze maatregelen bereikt kan worden.
Vervolgens kan de adviseur hierin een prioritering aanbrengen, eventueel gecombineerd met een stappenplan, gericht op een deskundig advies aan de ondernemer.
Daarnaast kan de ondernemer een subsidie aanvragen voor ondersteuning bij het nemen van concrete maatregelen op basis van dit advies. Deze ondersteuning hoeft niet per se tevens te worden uitgevoerd door de energieadviseur die het advies opstelt. De ondersteuning
mag ook worden uitgevoerd door iemand anders, in deze regeling aangeduid als energieregisseur. Daaronder wordt verstaan iemand die bedrijfsmatig ondersteunt bij de door een mkb-onderneming te nemen verduurzamingsmaatregelen. Dit kan bijvoorbeeld een accountant
zijn, of een projectleider, die verstand heeft van financiële arrangementen (subsidies, leningen of anderszins) of verstand heeft van de uitvoeringsaspecten van energiebesparende maatregelen.
Het doel van de regeling is het zoveel mogelijk ondersteunen van de ondernemer door enerzijds laagdrempelig en integraal inzicht te bieden in het potentieel van maatregelen gericht op energiebesparing of CO₂-reductie van de onderneming (advies), en anderzijds
de ondernemer te helpen om concrete maatregelen, gericht op het uitvoeren van het advies, uit te voeren. Het advies moet gericht zijn op de maatregelen die zoveel mogelijk energiebesparing of CO₂-reductie opleveren, en financieel haalbaar zijn (rekening houdend
met beschikbare (energie)subsidies, bijvoorbeeld de ISDE).
Het advies- en ondersteuningstraject begint dus met het opstellen van een advies waarin wordt aangegeven wat de mogelijke, meest kosteneffectieve, materiële maatregelen zijn die de meeste energiebesparing of CO₂-reductie opleveren aan het bedrijfspand of
in de bedrijfsvoering. Met materiële maatregel wordt hier bedoeld dat er sprake moet zijn van een verandering in tastbare zin. Het mag dus niet slechts gaan om een gedragswijziging, zoals het sluiten van deuren om warmte te besparen, het vaker uitschakelen
van lichtbronnen of het minder rijden met de bedrijfswagen.
Ook is in het advies opgenomen wat het jaarlijks energieverbruik van het bedrijfspand en van de bedrijfsvoering van de mkb-onderneming is. Voor de bedrijfsvoering is dit uitgesplitst naar onderdeel van de bedrijfsvoering, wat betekent dat per onderdeel van
de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld machines of bedrijfswagens) aangegeven dient te worden hoe hoog het energieverbruik daarvan is. Vervolgens kan de ondernemer op basis van het advies besluiten gebruik te maken van een ondersteuningstraject. Dit ondersteuningstraject
moet bestaan uit concrete ondersteuning bij het nemen van minimaal één van de maatregelen genoemd in het advies. Het gaat hierbij dus om het organiseren en plannen van één of meer verduurzamingsmaatregelen die volgen uit het verduurzamingsadvies, zoals bijvoorbeeld
ondersteuning bij het opstellen van een financieringsplan, ondersteuning bij een subsidieaanvraag of ondersteuning bij het opvragen van offertes ten behoeve van het nemen van maatregelen. Ook kan ondersteuning bestaan uit het namens de ondernemer aanvragen
van de subsidie op grond van deze regeling. De ondernemer kan er ook voor kiezen om geen gebruik te maken van de subsidie voor een ondersteuningstraject, maar slechts van de subsidie voor het advies.
Zowel het advies als een eventueel ondersteuningstraject mogen betrekking hebben op energiebesparing of CO₂-reductie voor alle onderdelen van het bedrijfspand of de bedrijfsvoering. Hierbij zijn verschillende categorieën te onderscheiden. Ten eerste het
nemen van verduurzamingsmaatregelen aan het bedrijfspand. Dit kan variëren van grote aanpassingen, zoals het isoleren van muren, vloeren en daken, het aanbrengen van HR++ beglazing, PV zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen of andere energiezuinige installaties,
tot kleine aanpassingen, zoals het aanbrengen van LED verlichting. Ten tweede het nemen van verduurzamingsmaatregelen in de bedrijfsprocessen, zoals koeling, keukenapparatuur en ICT-apparatuur, maar ook overige onderdelen van de bedrijfsvoering zoals het gebruik
van elektrische bestelwagens.
Bij het in kaart brengen van maatregelen die zoveel mogelijk energiebesparing of CO₂-reductie opleveren en daarnaast financieel haalbaar zijn, kan naar de Erkende Maatregelenlijsten (EML) van de Energiebesparingsplicht gekeken worden. Deze lijsten zijn vastgesteld
in de Activiteitenregeling milieubeheer voor 19 verschillende branches met maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Ook voor mkb’ers die onder de drempelwaardes van de Energiebesparingsplicht vallen, kunnen dit financieel haalbare maatregelen
zijn die veel energiebesparing of CO₂-reductie opleveren.
Zie hiervoor de tabel in bijlage 1 van de toelichting met categorieën van maatregelen.
De subsidiëring voor het totaal aan advies en ondersteuning per MKB-onderneming per bedrijfspand en bijbehorende bedrijfsvoering bedraagt 80% van de gemaakte kosten, met een maximum subsidiebedrag van € 2.500. Voor het onderdeel advies geldt een minimum
subsidiebedrag van € 400 en een maximum subsidie van € 750.
Als resultaatsverplichting geldt hierbij dat de ondernemer minstens één van de maatregelen uit het advies moet (laten) uitvoeren. Zoals eerder genoemd, moet dit een materiële maatregel zijn dus geen gedragsveranderende maatregel. De ondernemer kan dit bewijzen
door een getekende offerte, opdracht of betaalbewijs voor een uit te voeren of uitgevoerde maatregel uit het verduurzamingsadvies te overleggen. Verder worden er concrete eisen gesteld aan de inhoud van het advies, waarmee er geborgd wordt dat het verduurzamingsadvies
een zekere kwaliteit kent, hetgeen bijdraagt aan een positieve impact van deze regeling. Voor deze regeling is € 31,5 miljoen beschikbaar.
3. Gevolgen
Mkb’ers krijgen met de regeling de mogelijkheid deskundig advies in te winnen over de gevolgen en kansen van het Klimaatakkoord voor hun bedrijf, en ondersteund te worden bij het aanvragen van subsidies, het maken van een financieel plan of het offertetraject
voor de uitvoering van maatregelen. Dit met als doel een vermindering van de CO₂-uitstoot van deze bedrijven.
Verdere te verwachten effecten van de regeling zijn:
- In zijn algemeenheid meer uitvoering van verduurzamingsmaatregelen door het mkb;
- Het mkb heeft beter inzicht in zijn verduurzamingspotentieel;
- Meer subsidie aanvragen vanuit mkb-ers voor subsidies zoals de (I)SDE en de fiscale regeling EIA;
- Meer aanvragen voor financiële arrangementen zoals groene leningen bij banken voor verduurzamingsmaatregelen.
Door deze effecten heeft deze regeling een belangrijke functie als ‘startmotor’ en opstap naar het nemen van maatregelen, en kan daarmee bijdragen aan een reductie van de CO₂-uitstoot door het mkb. Naar verwachting kunnen met deze regeling tussen de 13.600
en 34.000 aanvragen worden afgehandeld, op basis van een totaal te besteden budget van € 31,5 miljoen. Op basis van de adviezen die ter subsidiëring worden ingediend, zal worden bijgehouden hoeveel CO2-reductie hiermee potentieel behaald kan worden. Vanuit
de Urgenda-uitspraak is een doel gesteld voor het mkb van 0,1 tot 0,2 Mton CO2-reductie.
4. Relatie met andere wet- en regelgeving
Er is geen overlap met de Regeling specifieke uitkering ondersteuningsprogramma maatschappelijk vastgoed. De doelgroep is namelijk wezenlijk anders:
maatschappelijk vastgoed enerzijds (dus scholen, ziekenhuizen, zorginstellingen etc.) versus commercieel vastgoed dat wordt gebruikt door het mkb anderzijds (in deze regeling).
Er bestaat geen andere regeling gericht op de ondersteuning van mkb’ers, zoals in de onderhavige regeling bedoeld, bij de verduurzaming van hun vastgoed en bedrijfsvoering. Om die reden is er geen overlap met andere subsidieregelingen.
4.1 Kaderwet en Kaderbesluit EZK-subsidies
Deze regeling is gebaseerd op het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: Kaderbesluit) en de daaraan ten grondslag liggende Kaderwet EZK- en LNV-subsidies. Het Kaderbesluit bevat bepalingen die zich richten tot degene die subsidie aanvraagt
of ontvangt. In voorkomend geval zullen subsidieaanvragers of -ontvangers daarom met regels uit het Kaderbesluit te maken krijgen, ook wanneer die regels niet expliciet zijn genoemd in deze subsidieregeling.
5. Uitvoering, toezicht en handhaving
Er is gekozen voor een uitvoeringsvariant waarbij de subsidie pas kan worden aangevraagd ná de prestatie en direct wordt vastgesteld. Deze variant is eenvoudig uitvoerbaar, want kent slechts één contactmoment met de mkb’er. Er is een lager risico op oneigenlijk
gebruik dan wanneer de prestatie na verlening van de subsidie nog uitgevoerd moet worden.
Namens de staatssecretaris van EZK zal de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) in mandaat de subsidieaanvragen beoordelen en al dan niet subsidie verlenen. De aanvragen tot subsidieverlening en vaststelling zullen zoveel mogelijk geautomatiseerd
beoordeeld worden op basis van bekende en gevraagde gegevens. Voor de staatssteuntoets kan gebruik worden gemaakt van een op de RVO-site beschikbaar gestelde de-minimisverklaring.
RVO houdt toezicht op de ingediende aanvragen en zal ook steekproefsgewijs handhavingscontroles doen. De handhavingscontroles kunnen deskcontroles en controles op locatie zijn.
6. Administratieve lasten
Een subsidieaanvraag op grond van deze regeling zal leiden tot administratieve lasten bij de aanvrager. De hoogte hiervan wordt vooral bepaald door de hoeveelheid tijd die moet worden besteed aan de aanvraag van de subsidie. Door de gekozen uitvoeringsvariant
gaat de aanvraag tegelijkertijd gepaard met gereedmelding van de activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen. Dit bespaart tijd en lasten. Naar verwachting zal een aanvraag gemiddeld 1,5 uur aan tijdsbeslag kennen. Uitgaande van in totaal tussen
de 13.600 en 34.000 aanvragen en een uurtarief van 50 euro, bedragen de administratieve lasten voor aanvragers 2,4 miljoen euro. Verder is vermeldenswaardig dat de eventuele ondersteuning van de mkb’er door derden bij het aanvragen van deze of andere subsidies
tot de subsidiabele activiteiten behoort.
Advies ATR: PM
7. Staatssteun
In deze subsidieregeling zijn regels opgenomen die voortkomen uit het staatssteunrecht. Als de overheid subsidie verleent aan een onderneming kan dit te kwalificeren zijn als staatssteun. De activiteit die aanvragers onder deze subsidieregeling verrichten,
namelijk het inhuren van advies en ondersteuning over verduurzaming, kan doorgaans gezien worden als economische activiteit.
Hierdoor is er sprake van staatssteun. Staatssteun is gereguleerd op Europees niveau en zal op basis van Europees recht gerechtvaardigd moeten worden. In deze subsidieregeling wordt gebruik gemaakt van de de-minimisverordening. De de-minimisverordening gaat
uit van de gedachte dat de staatssteun is gerechtvaardigd door de beperkte hoogte ervan. Dit kader geeft daarom een maximum voor het bedrag dat de subsidieontvanger mag ontvangen aan de-minimissteun (€ 200.000 per drie belastingjaren). Hierbij is van belang
dat alle ontvangen de-minimissteun meetelt, dus ook de-minimissteun die is verstrekt op grond van andere subsidies van het Rijk of de decentrale overheid. De de-minimissteun mag ook worden verleend op het moment dat de activiteiten lopende zijn of al zijn
afgerond. In het artikelsgewijze deel van de toelichting is (waar relevant) aandacht voor de specifieke regels uit deze Europese verordening.
8. Advies en consultatie
Er is een internetconsultatie gehouden van 8 juni tot en met 29 juni 2021. Deze termijn van drie weken is korter dan de gebruikelijke termijn van vier weken. Tijdens de voorbereiding van de regeling heeft MKB Nederland reeds meerdere malen mogelijkheid tot
inspraak gehad. Daarom is een consultatietermijn van drie weken voldoende voor nadere consultatie.
PM:
- uitkomsten internetconsultatie
9. Inwerkingtreding
De inwerkingtreding vindt plaats op 1 oktober 2021. Hiermee is voldaan aan de vaste verandermomenten en is er sprake van een invoeringstermijn van twee maanden.
II. Artikelsgewijze toelichting
De artikelen in deze regeling worden hieronder waar nodig toegelicht.
Artikel I, onderdeel A
Met dit onderdeel wordt de subsidiemodule Advies en ondersteuning verduurzamingsmaatregelen MKB geïntroduceerd.
Artikel 4.7.1 Begripsbepalingen
Dit artikel bevat de begripsbepaling voor deze titel van bedrijfspand, bedrijfsvoering, energieadviseur, energieregisseur, mkb-onderneming en verduurzamingsmaatregel.
Artikel 4.7.2 Subsidieverstrekking
Een mkb-onderneming kan per bedrijfspand eenmalig subsidies aanvragen voor de gemaakte kosten van een advies van een energieadviseur over verduurzamingsmaatregelen, en voor de gemaakte kosten voor de ondersteuningen door een energieadviseur of energieregisseur
voor het uitvoeren van de maatregelen uit dat advies. De verduurzamingsmaatregelen hebben betrekking op het bedrijfspand of op de bedrijfsvoering.
Artikel 4.7.3 Hoogte van de subsidie en verdeling van het subsidieplafond
Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder a, van het Kaderbesluit. Zoals blijkt uit artikel 27, derde lid, van het Kaderbesluit, betekent dit dat indien op de
dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag binnenkomt, de onderlinge rangschikking van die aanvragen door middel van loting wordt vastgesteld.
De subsidie voor het advies bedraagt 80% van de gemaakte kosten, met een minimumbedrag van € 400 en een maximumbedrag van € 750. Dit betekent dat adviezen vanaf een bedrag van € 500 gesubsidieerd worden (80% van € 500 is € 400). Adviezen die minder kosten
dan € 500 euro, worden niet gesubsidieerd.
Voor adviezen van € 937,50 (80% van € 937,50 is € 750) en meer wordt het maximumbedrag van € 750 vergoed. De subsidie voor de ondersteuning bedraagt 80% van de gemaakte kosten. Hiervoor is geen minimumbedrag vastgesteld, maar deze mag wel maximaal zo veel
bedragen dat het totaal aan subsidie voor het advies en voor de ondersteuning niet meer bedraagt dan € 2.500.
Artikel 4.7.4. Subsidiabele kosten
De mkb-onderneming kan voor twee zaken subsidie aanvragen, namelijk het aanvragen van een advies en het aanvragen van ondersteuning in de uitvoering van één of meer maatregelen uit dat advies. Het advies moet voldoen aan bindende eisen, indien aan één van
deze eisen niet is voldaan, wordt een subsidieaanvraag hiervoor afgewezen. Het overzicht van het jaarlijks energieverbruik van de onderneming per locatie aan aardgasequivalenten en kWh is nodig zodat RVO kan bepalen of de mkbonderneming voor subsidiëring in
aanmerking komt.
De omrekening van het (mogelijk te besparen) energieverbruik naar CO2-uitstoot volgens de omrekeningswaarden in de tabel in bijlage 1 is nodig zodat EZK kan monitoren hoe groot de behaalde CO2-reductie als gevolg van deze regeling is. Subsidie voor de ondersteuning
is alleen beschikbaar indien éérst een advies is aangevraagd dat voldoet aan de eisen en indien de ondersteuning ziet op de uitvoering van minstens één van de maatregelen uit dat advies (of op het aanvragen van deze subsidie). Alleen de handelingen die zijn
genoemd in artikel 4.7.4 komen voor subsidiëring in aanmerking. De mkb-onderneming kan ook besluiten alléén subsidie aan te vragen voor een advies, en niet voor ondersteuning.
De subsidie kan alleen worden aangevraagd voor gemaakte kosten die hebben plaatsgevonden na 30 september 2021. Er is desondanks sprake van een ‘stimulerend effect’ van deze regeling, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder c, van het Kaderbesluit, aangezien
het kosten betreft voor handelingen die de mkb-onderneming anders naar alle waarschijnlijkheid niet zou hebben gemaakt.
Het advies wordt immers alleen gesubsidieerd indien het voldoet aan de specifieke eisen die dit artikel stelt, en als het pas is opgesteld na de datum van publicatie van deze regeling.
Artikel 4.7.5. Afwijzingsgronden
De minister wijst de subsidie op grond van artikel 22, eerste lid, onder a, van het Kaderbesluit af indien de aanvraag niet voldoet aan de in het Kaderbesluit of in de regeling gestelde regels. Dat betekent dus ook dat de minister de aanvraag afwijst indien
een advies niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in artikel 4.7.4, tweede lid, of indien subsidie wordt aangevraagd voor ondersteuningshandelingen die niet staan opgesomd in artikel 4.7.4, derde lid.
Daarnaast wijst de minister de subsidie af in de gevallen bedoeld in de artikelen 22 en 23 van het Kaderbesluit.
Ten slotte wijst de minister de subsidie af in de gevallen bedoeld in dit artikel. Dit is wanneer het bedrijfspand van de mkb-onderneming niet in Nederland gelegen is, wanneer het bedrijfspand volgens het Kadaster enkel een woonbestemming heeft, wanneer
het advies voor een groot deel ziet op andere zaken dan bedoeld in artikel 4.7.2, eerste lid, onder a, en aannemelijk is dat de kosten hierdoor hoger zijn, er voor hetzelfde pand reeds subsidie voor het advies of de ondersteuning is ontvangen, of aannemelijk
is dat de adviseur of regisseur niet tegen marktwaarde heeft gewerkt.
Artikel 4.7.6. Subsidieverplichtingen
De subsidieontvanger moet zich houden aan de algemene verplichtingen op grond van de artikelen in paragraaf 11.1 van het Kaderbesluit. Daarnaast moet de subsidieontvanger voldoen aan de twee in dit lid gestelde eisen. Die eisen zijn ten eerste dat de mkb-onderneming
minstens één van de maatregelen uit het advies uitvoert of laat uitvoeren, en ten tweede dat de mkbonderneming de in het kader van de subsidieverlening gevoerde administratie tot tien belastingjaren na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaart.
Dit laatste is noodzakelijk vanwege het feit dat de steun op basis van deze regeling verleend wordt op grond van de de-minimisverordening.
Artikel 4.7.7. Informatieverplichtingen
Bij de aanvraag van de subsidie dient de mkb-onderneming een aantal zaken te overleggen. RVO heeft het KvK-nummer van de energieadviseur en de energieregisseur, indien van toepassing, nodig om haar toezichtstaak uit te voeren.
De mkb-onderneming dient het advies en de factuur van de energieadviseur voor het advies en, indien van toepassing, de factuur voor de ondersteuning van de energieadviseur of de energieregisseur mee te sturen, zodat RVO kan controleren of er recht op subsidiëring
bestaat en hoe hoog deze moet uitvallen. Ook kan EZK hierdoor monitoren hoe groot de behaalde energiebesparing of CO2-reductie is. Aanvullend dient de mkb-onderneming een getekende offerte, opdracht of betaalbewijs mee te sturen om aan te tonen dat deze aan
de resultaatverplichting (zie artikel 4.7.8) voldoet.
Ten slotte dient de mkb-onderneming te verklaren dat hij voor activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet meer steun ontvangt dan is toegestaan op basis van de de-minimisverordening.
Artikel 4.7.8. Verlening en vaststelling van de subsidie
Bij verlening van de subsidie wordt direct een beschikking tot subsidievaststelling afgegeven.
Artikel 4.7.10. Inwerkingtreding en vervaldatum
De inwerkingtredingsdatum van de regeling is 1 oktober 2021. Dat is ook de datum waarop de eerste aanvragen voor de regeling kunnen worden gedaan. Aanvragen kunnen worden gedaan tot en met 30 september 2022. De regeling vervalt per 1 januari 2023. Zo heeft
RVO van 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2022 tijd om alle aanvragen af te handelen. De bepalingen in de regeling blijven uiteraard na haar vervallen van toepassing op subsidies die op grond van de regeling zijn uitgekeerd, en op aanvragen die voor die
tijd zijn ingediend.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
1 MKB-impacttoets Klimaatakkoord, Kamerstukken 32 637, nr. 423.
2 Ontwikkelingen verduurzaming bestaande utiliteitsbouw, Kamerstukken 30 196, nr. 716.
Bijlage 1
Gebouwmaatregelen Installaties Procesmaatregelen Vervoersmaatregelen
A EBS A Perslucht A Aandrijvingen A Zakelijk personenvervoer
B Isolatie van de schil B Stoom B Procesapparatuur B Goederenvervoer
C Ruimteverwarming (afgifte) C Productkoeling C Proceswarmte C Overig
D Ruimtekoeling D ICT-apparatuur D Proceskoeling
E Ruimteventilatie E Keukenapparatuur E Procesregeling
F Binnenverlichting F Winkeldeuren en -toegang F Serverruimte
G Buitenverlichting G Overig G Elektrificatie
H Warm tapwater H Overig
I Warmteopwekking
J Elektriciteitsopwekking
K Overig
Tabel 1, Categorieën maatregelen