email: info@emvoadvies.nl
zondag, 25 oktober 2026

Publicatiedatum: 08/07/2021

Categorie: Successiewet

Hof Den Bosch

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHSHE20211363, 20/00052

Gevolgen vernietiging schenkingsovereenkomst


Een aanslag schenkbelasting wordt opgelegd als het belastbare feit zich heeft voorgedaan. De vernietiging van een schenkingsovereenkomst heeft niet tot gevolg dat de schenking teniet is gegaan. Vernietiging van een schenkingsovereenkomst is daarom volgens de Hoge Raad geen reden om de aanslag schenkbelasting te vernietigen, maar wel aanleiding om op verzoek vermindering van schenkbelasting te verlenen. De inspecteur beslist op een dergelijk verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het verzoek moet binnen acht maanden nadat de oorzaak voor vermindering is ontstaan worden ingediend. Dat verzoek kan worden gedaan in bezwaar of (hoger) beroep tegen de aanslag schenkbelasting.

De belanghebbende kocht in 2015 een woning van zijn oudtante. De levering vond plaats op 2 november 2015. De akte van levering vermeldde een koopprijs van € 325.000. De oudtante had toegezegd dat de belanghebbende de woning voor € 225.000 kon kopen. Bij notariële akte van schenking van 7 december 2015 heeft de oudtante de belanghebbende € 100.000 geschonken. De belanghebbende deed op 4 april 2016 aangifte van de schenking. De aanslag schenkbelasting is op 30 augustus 2016 opgelegd. Bij notariële akte van rectificatie van de schenking van 4 november 2016 is de schenking op grond van dwaling omgezet in een lening. De oudtante heeft die lening vervolgens eind 2017 kwijtgescholden.

Er volgde een procedure over de aanslag schenkbelasting. Hof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat de aanslag terecht is opgelegd. Het hof vond aannemelijk dat de belanghebbende en zijn oudtante de fiscale gevolgen van de schenking niet hebben gewild en er dus sprake was van een wederzijdse dwaling. Het hof legde de belanghebbende de last op te bewijzen dat hij die dwaling aan de inspecteur kon tegenwerpen. Daarin slaagde de belanghebbende volgens het hof niet. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd. Na verwijzing moet Hof Den Bosch de belanghebbende de gelegenheid geven om een verzoek om vermindering te doen. De inspecteur moet vervolgens de gelegenheid krijgen aannemelijk te maken dat het verzoek op vermindering berust op een oorzaak die slechts is voorgewend. Uit de inhoud van het bezwaarschrift volgt dat de termijn van acht maanden voor de indiening van het verzoek om vermindering niet is overschreden.

Hof Den Bosch leidt uit de akte van rectificatie af dat de belanghebbende en zijn oudtante hebben beoogd de schenkingsovereenkomst te vernietigen. Met de akte van rectificatie hebben zij de schenking civielrechtelijk rechtsgeldig omgezet in een lening. De vernietiging van de schenkingsovereenkomst is naar het oordeel van het hof niet voorgewend. Dat de lening van € 100.000 in 2017 alsnog is kwijtgescholden rechtvaardigt niet de conclusie dat dit bedrag altijd de kwalificatie van schenking heeft gehad en dus kon worden belast in 2015. Door de vernietiging van de schenkingsovereenkomst wordt de schenking geacht niet te hebben plaatsgevonden en is het bedrag van € 100.000 ten titel van geldlening aan de belanghebbende uitgeleend. Het hof heeft de aanslag schenkbelasting verlaagd tot nihil.