De internetconsultatie van het wetsontwerp met aanpassingen van het fiscale kwalificatiebeleid voor (buitenlandse) rechtsvormen heeft veel inhoudelijke reacties opgeleverd. Daaruit blijkt dat de nieuwe definitie van het fonds voor gemene rekening in de vennootschapsbelasting
ingrijpende gevolgen kan hebben voor institutionele beleggers bij de spreiding van beleggingsrisico’s. Institutionele beleggers die beleggingen onderbrengen in fondsen voor gemene rekening maken vaak gebruik van het regime voor fiscale beleggingsinstellingen
of vrijgestelde beleggingsinstellingen. De staatssecretaris van Financiën vindt het wenselijk om voor de aanpassing van de definitie van het fonds voor gemene rekening de aanbevelingen die voort zullen vloeien uit de evaluatie van het regime van de fiscale
beleggingsinstelling en de vrijgestelde beleggingsinstelling af te wachten. De aanvankelijk voorgenomen aanpassing van de definitie van het fonds voor gemene rekening zal geen deel uitmaken van het wetsvoorstel met aanpassingen van het fiscale kwalificatiebeleid
voor (buitenlandse) rechtsvormen. Dat wetsvoorstel zal overigens pas na het Belastingplan 2022 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Datum 1 juli 2021
Betreft Voorgenomen aanpassing van het fiscale kwalificatiebeleid voor (buitenlandse) rechtsvormen
Ons kenmerk 2021-0000125606
Geachte voorzitter,
In mijn brief van 2 juni 2021 heb ik aangekondigd dat de aanpassingen van het fiscale kwalificatiebeleid voor (buitenlandse) rechtsvormen geen onderdeel uit zullen maken van het pakket Belastingplan 2022. Deze aanpassingen zullen onderdeel zijn van een afzonderlijk
wetsvoorstel dat naar verwachting in de winter zal worden aangeboden aan uw Kamer.1 De over dit onderwerp eerder dit jaar gehouden internetconsultatie heeft veel inhoudelijke reacties opgeleverd.2 Een groot deel van die reacties heeft betrekking op de nieuwe
definitie van het fonds voor gemene rekening (FGR) in de vennootschapsbelasting. Uit die reacties blijkt dat de nieuwe definitie voor het FGR ingrijpende gevolgen kan hebben voor institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, bij de spreiding
van beleggingsrisico’s.
Omdat institutionele beleggers die FGR’s gebruiken als rechtsvorm voor hun beleggingsvehikels doorgaans gebruikmaken van het regime voor fiscale beleggingsinstellingen (fbi) of vrijgestelde beleggingsinstellingen (vbi), is het wenselijk om de aanpassingen
van de definitie van het FGR zoveel mogelijk in samenhang te bezien met de aanbevelingen die voortvloeien uit de voorgenomen evaluatie van het fbi- en vbi-regime. De uitkomsten van deze evaluatie worden verwacht in het eerste kwartaal van 2022. Daarom zal
de aanvankelijk voorgenomen aanpassing van de definitie van het FGR geen onderdeel uitmaken van bovengenoemd wetsvoorstel, maar later worden bezien in een breder kader.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst
J.A. Vijlbrief
1 Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 3019.
2 https://www.internetconsultatie.nl/fiscaalkwalificatiebeleidrechtsvormen