email: info@emvoadvies.nl
vrijdag, 23 oktober 2026

Publicatiedatum: 15/07/2021

Categorie: Vennootschapsbelasting

Hoge Raad

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLHR2021884, 20/00239

Verrekening voorvoegingsverlies met aan houdster toegerekende winst


De houdsterverliesverrekening in de vennootschapsbelasting houdt in dat een verlies van een vennootschap met als feitelijke werkzaamheid het houden van deelnemingen of het financieren van verbonden lichamen alleen kan worden verrekend met belastbare winsten van jaren waarin de vennootschap het hele jaar uitsluitend dergelijke houdsteractiviteiten heeft verricht.

De verrekening van verliezen, die een vennootschap heeft geleden voor zij werd opgenomen in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, de zogeheten voorvoegingsverliezen, zijn verrekenbaar met belastbare winsten van de fiscale eenheid voor zover deze winst aan de vennootschap, die het voorvoegingsverlies heeft geleden, is toe te rekenen. Voor de verrekening van voorvoegingsverliezen wordt de aan een met ingang van haar oprichting in een fiscale eenheid opgenomen dochtermaatschappij toe te rekenen winst van de fiscale eenheid aangemerkt als winst van de maatschappijen die deze dochter hebben opgericht. De toerekening vindt plaats naar rato van hun kapitaalinbreng. Deze toerekening is niet aangepast bij de invoering van de houdsterverliesregeling.

De werkzaamhedentoets van de houdsterverliesregeling vindt bij de beoordeling in hoeverre voorvoegingshoudsterverliezen kunnen worden verrekend alleen plaats op het niveau van de desbetreffende in de fiscale eenheid opgenomen vennootschap.

De Hoge Raad heeft in een procedure geoordeeld dat een als voorvoegingsverlies geleden houdsterverlies kan worden verrekend met aan de houdstermaatschappij toegerekende winst van een dochtermaatschappij in de fiscale eenheid. De moedermaatschappij van de fiscale eenheid voldeed aan de werkzaamhedentoets. Dat zou niet het geval zijn als de moedermaatschappij de activiteiten van de dochtermaatschappij zelf zou hebben uitgevoerd. Doordat de dochtermaatschappij vanaf haar oprichting in de fiscale eenheid was opgenomen, werd de winst van de dochtermaatschappij toegerekend aan de moedermaatschappij. Het voorvoegingshoudsterverlies kon daarmee worden verrekend.