email: info@emvoadvies.nl
zaterdag, 17 oktober 2026

Publicatiedatum: 02/09/2021

Categorie: Successiewet

Hof Den Bosch

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHSHE20212397, 20/00340

Reeks van schenkingen niet samentellen


Behoudens de toepasselijkheid van een vrijstelling wordt een schenking belast met schenkbelasting. De schenkbelasting is geregeld in de Successiewet. Een schenking onder opschortende voorwaarde wordt voor de toepassing van de Successiewet geacht tot stand te zijn gekomen op het moment dat de voorwaarde wordt vervuld. Voor de toepassing van de Successiewet wordt onder een periodieke uitkering verstaan een voortdurende of op vastgestelde tijdstippen terugkerende uitkering in geld of andere prestatie.

De inspecteur merkte een reeks van schenkingen onder opschortende voorwaarde aan als een periodieke uitkering. De reeks van schenkingen was op één moment overeengekomen en had tot gevolg dat er in vijf achtereenvolgende jaren een vorderingsrecht ontstond. Volgens de belanghebbende was sprake van vijf afzonderlijke schenkingen. De eerste schenking was direct tot stand gekomen. De overige vier schenkingen betroffen voorwaardelijke vorderingsrechten.

Hof Den Bosch deelde het oordeel van de rechtbank dat de schenkingen geen periodieke uitkering vormden. Kenmerkend voor een periodieke uitkering is dat in één rechtshandeling een recht wordt geschonken waarbij het totaal aan uit te keren termijnen afhankelijk is van een onzekere gebeurtenis. In dit geval zijn vijf afzonderlijke rechtshandelingen tot stand gekomen. Vier van de vijf rechtshandelingen bevatten een opschortende voorwaarde. Volgens de tekst van de wet zijn de schenkingen gespreid in de tijd in vijf verschillende jaren tot stand gekomen.

Volgens het hof was geen plaats voor een zelfstandige fiscaalrechtelijke kwalificatie van de schenkingen, waardoor deze door hun onderlinge samenhang als periodieke uitkering moesten worden aangemerkt. Het hof zag niet in waarom de fiscale gevolgen van het op een vrijwel gelijk moment civiel-juridisch overeenkomen van meerdere schenkingen onder opschortende voorwaarden onaanvaardbaar zouden zijn. De wetgever heeft voor deze schenkingen onder opschortende voorwaarden in fiscale zin juist af willen wijken van het civielrechtelijke moment van de totstandkoming.