email: info@emvoadvies.nl
zondag, 25 oktober 2026

Publicatiedatum: 30/09/2021

Categorie: Inkomstenbelasting

Hof Den Haag

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHDHA20211672, BK-21/00217

Niet genoten deel pensioen bij afkoop geen negatief loon


De Wet IB 2001 verwijst voor de behandeling van loon uit dienstbetrekking naar de Wet op de loonbelasting 1964. In deze laatste wet is onder meer bepaald dat bij de afkoop van een aanspraak op pensioen de waarde van deze aanspraak op het onmiddellijk aan de afkoop voorafgaande tijdstip wordt aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking. De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer bood een bijzondere faciliteit bij de afkoop of omzetting van pensioenrechten in eigen beheer. Daarbij werd een korting gegeven op het deel van de aanspraak dat in de belastingheffing werd betrokken.

Een dga kocht in het jaar 2017 zijn pensioenaanspraken bij zijn pensioen-bv af. Een bedrag van € 204.397 werd als loon uit vroegere dienstbetrekking in aanmerking genomen. De pensioen-bv heeft € 106.287 aan loonheffingen ingehouden en afgedragen. De pensioen-bv was echter niet in staat om het netto afkoopbedrag geheel aan de dga uit te keren. Naar de mening van de dga was sprake van negatief loon, omdat hij een deel van zijn pensioen niet heeft genoten.

Volgens de rechtbank is dit standpunt niet juist. Op grond van de Wet op de loonbelasting heeft de dga de volledige aanspraak onmiddellijk voorafgaand aan de afkoop genoten. Voor het door de pensioen-bv schuldig gebleven bedrag kreeg de dga een vordering op de pensioen-bv. Na het genietingsmoment van de pensioenaanspraak bevond de vordering zich niet meer in de loonsfeer. Er was geen sprake van negatief loon, aldus de rechtbank.

De verkregen vordering kon volgens de rechtbank niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden worden afgewaardeerd. Gelet op de vermogenstoestand van de pensioen-bv moet het de dga duidelijk zijn geweest dat zijn vordering niet inbaar zou zijn. De waarde in het economische verkeer van de vordering was nihil op het moment van verkrijging. Afwaardering ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden is dan niet aan de orde.

In hoger beroep heeft Hof Den Haag de uitspraak van de rechtbank bevestigd.