email: info@emvoadvies.nl
zaterdag, 31 oktober 2026

Publicatiedatum: 23/12/2021

Categorie: Inkomstenbelasting

Hoge Raad

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLHR20211893, 20/00799

Arbeidskorting bij gedeeltelijke belastingplicht


De arbeidskorting is een heffingskorting voor belastingplichtigen met arbeidsinkomen. De arbeidskorting neemt vanaf een bepaalde hoogte van het arbeidsinkomen af tot uiteindelijk nihil. Uit de omschrijving van de arbeidskorting in de wet valt niet op te maken of voor iemand, die een deel van het kalenderjaar belastingplichtig is in Nederland en de rest van het jaar niet, de inkomsten die hij in de rest van het jaar geniet moeten worden gerekend tot het arbeidsinkomen voor de arbeidskorting.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in een procedure dat bij de berekening van de arbeidskorting geen rekening moet worden gehouden met arbeidsinkomen uit de periode dat iemand niet belastingplichtig is in Nederland. De staatssecretaris van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld tegen deze uitspraak van het hof.

De Hoge Raad stelt vast dat de wettekst niet duidelijk is ten aanzien van het begrip arbeidsinkomen. De Wet IB 2001 gaat ervan uit dat Nederland inkomstenbelasting heft over het inkomen van inwoners van Nederland en over Nederlands inkomen van niet-inwoners van Nederland. Als voor de berekening van de arbeidskorting rekening gehouden moet worden met niet-Nederlands inkomen van niet-inwoners van Nederland, kan dit worden gezien als een uitbreiding van het inkomen dat in aanmerking wordt genomen bij de heffing van inkomstenbelasting. Een dergelijke uitbreiding vormt een inbreuk op het uitgangspunt van de wet. Uit de wettekst blijkt niet dat die uitbreiding is bedoeld. Ook het tegengestelde blijkt niet uit de wettekst. Ook de parlementaire geschiedenis van het begrip arbeidsinkomen biedt geen duidelijkheid.

Tot 2015 was de toepassing van de arbeidskorting bij personen, die slechts een deel van het jaar binnenlands belastingplichtig waren, uitdrukkelijk in de wet geregeld. Wie niet het gehele kalenderjaar binnenlands belastingplichtig was had geen recht op de heffingskortingen, tenzij hij koos voor toepassing van de regels voor binnenlandse belastingplichtigen. Met ingang van 2015 hebben ook personen, die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar binnenlands belastingplichtig zijn, recht op de heffingskortingen. Met ingang van 2016 worden voor die personen de heffingskortingen tijdsevenredig verminderd. De tijdsevenredige vermindering voor de arbeidskorting is met ingang van 2019 vervallen. De Hoge Raad ziet onvoldoende redenen om aan te nemen dat het begrip arbeidsinkomen zo moet worden uitgelegd, dat daaronder ook inkomsten moeten worden begrepen die door een niet-inwoner van Nederland zijn genoten en die niet in Nederland belastbaar zijn.