Stemmingen Belastingpakket voor 2022
21 december 2021
De Eerste Kamer stemde dinsdag 21 december over vijf wetsvoorstellen waaronder het Belastingplan voor 2022 en vier moties die een week eerder waren ingediend tijdens het debat over de wetsvoorstellen. Het Belastingplan 2022 en de vier wetsvoorstellen zijn
aanvaard. Drie moties zijn aangenomen, één motie verworpen en één motie is aangehouden. Los van het Belastingpakket is ook gestemd over een eerder aangehouden van senator Van Rooijen over een aparte minister voor belastingen. Deze motie is verworpen.
Aanvaarde wetsvoorstellen
Het Belastingplan 2022 bevat fiscale maatregelen die per 1 januari 2022 budgettair effect hebben, zoals maatregelen die raken aan de koopkracht van burgers. Het
wetsvoorstel kent budgettaire samenhang: de opbrengst van bepaalde maatregelen wordt gebruikt als dekking voor andere maatregelen. De fracties van CDA, Fractie-Nanninga, FVD, VVD, GroenLinks, SP, 50PLUS, PvdA, OSF, D66, PVV en ChristenUnie stemden voor het
plan, de fracties van SGP, Fractie-Otten en PvdD stemden tegen.
Alleen de PvdD stemde tegen het voorstel met overige fiscale maatregelen. De
implementatie van een belastingplichtmaatregel om belastingontwijking tegen te gaan kreeg geen steun van FVD en PVV. De voorstellen om mismatches tegen
te gaan bij toepassing van het zakelijkheidsbeginsel en tot intrekking van de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) werden met algemene stemmen aanvaard.
De OSF was niet afwezig bij de stemming over de BIK.
Aanvaarde moties
Een motie-Prast die de regering verzoekt om zo snel mogelijk een einde te maken aan het op basis van fictief rendement belasten van vermogen dat als spaargeld
wordt aangehouden. De senator overweegt daarbij onder andere dat continuering van het fictief rendement zich slecht verhoudt tot het beleid op het gebied van bescherming van de financiële consument.
Een motie-Van Rooijen die de regering verzoekt om via de bestaande koopkrachttegemoetkoming AOW in 2022 een eenmalige uitkering van 200 euro aan AOW-gerechtigden
uit te betalen. De senator overweegt daarbij onder andere dat de inflatie in 2021 aanzienlijk hoger uitkomt dan de in de Macro-Economische Verkenningen van september geraamde inflatie van 1,9%.
Een motie-Van der Linden die de regering verzoekt om op basis van brede samenwerking met beide Kamers, onderzoeksinstituten en externe specialisten intensief
samen te werken aan een ambitieus, transparant en stapsgewijs plan om ons stelsel van sociale zekerheid en belastingen de komende jaren significant te vereenvoudigen, met als uitgangspunten ten opzichte van het heden: aanvaardbare marginale druk, aanvaardbare
budgettaire effecten, aanvaardbare inkomenseffecten en aanvaardbare arbeidsaanbodeffecten.
Verworpen moties
Een motie-Van Rooijen die de regering verzoekt bij de kabinetsformatie te onderzoeken of 2 ministers van Financiën onderdeel van de oplossing kan zijn
voor de problemen bij de Belastingdienst.
Een motie-Vendrik die de regering verzoekt deze week een voorstel naar het parlement te sturen waarin de verlenging van de eerste schijf vennootschapsbelasting
per 1 januari 2022 ongedaan wordt gemaakt. De senator overwoog daarbij dat de verlenging van de eerste schijf vennootschapsbelasting aanmoedigt tot het aangaan van constructies ten einde afdracht van winstbelasting te verminderen.
Aangehouden moties
Een motie-Otten die de regering verzoekt uitvoering te geven aan de eerder aangenomen motie over een studie naar de toekomst van het belastingstelsel
en de bedoelde studie uiterlijk 1 juli 2022 aan de Eerste Kamer te verstrekken. De senator overweegt daarbij dat Nederland zeer dringend behoefte heeft aan een eenvoudiger en transparanter belastingstelsel dat duidelijkheid verschaft aan belastingbetalers,
de economische dynamiek en groei kan ve
Kamer steunt verlaging tarief verhuurderheffing
Nieuwsoverzicht
21 december 2021
De Eerste Kamer steunde dinsdag 21 december met algemene stemmen het voorstel van het kabinet om de verhuurderheffing voor woningcorporaties te verlagen. De Kamer stemde ook over een motie van senator Van Apeldoorn (SP) om het aandeel van de WOZ in de verhuurderheffing
in 2022 te bevriezen. Deze motie werd verworpen.
De fracties waren een week eerder, tijdens het debat op 14 december, eensgezind in hun vraag aan de minister waarom de verhuurderheffing niet in zijn geheel wordt afgeschaft in plaats van deze verlaging. De woordvoerders van GroenLinks, SP, PVV, 50PLUS,
CDA, PvdA, D66, ChristenUnie en OSF wezen allen op de grote problemen op de woningmarkt, zowel in de sociale woningbouw, als op de markt voor koopwoningen. Het afschaffen van de verhuurderheffing zou volgens hen de investeringsmogelijkheden van woningcorporaties
in het onderhouden, bouwen en verduurzamen van woningen vergroten. Volgens minister Ollongren moet het volgende kabinet beslissen over een eventuele verdere verlaging of afschaffing van de verhuurderheffing. Zij erkende wel dat er aanleiding is voor het nieuwe
kabinet om hiermee aan de slag te gaan.
Het als gevolg van de coronacrisis bevriezen van de huren in de sociale sector door het kabinet betekent dat in 2021 geen huurverhoging mag worden doorgevoerd. Daarom komt het kabinet woningcorporaties en grotere particuliere verhuurders tegemoet via een
tariefsverlaging die de lasten beperkt van verhuurders die te maken hebben met de verhuurderheffing. Verhuurders krijgen een aanvullende tegemoetkoming door een extra verlaging van de verhuurderheffing. Het wetsvoorstel regelt deze tariefsverlaging van de
verhuurderheffing. De verhuurderheffing is in 2013 ingesteld naar aanleiding van de economische crisis. Verhuurders van 50 woningen of meer betalen sindsdien de belasting, het merendeel zijn woningcorporaties.