email: info@emvoadvies.nl
zaterdag, 17 oktober 2026

Publicatiedatum: 13/01/2022

Categorie: Ondernemingswinst

Rechtbank Noord-Holland

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLRBNHO202111884, HAA 20/3335

Invloed kopersvoordeel landbouwgrond op verkrijgingsprijs aandelen


De inbreng van een onderneming in een bv geldt in beginsel als de beëindiging van de onderneming. Bij de beëindiging van een onderneming moet in beginsel inkomstenbelasting worden betaald over in de onderneming aanwezige meerwaarden en reserves. Geruisloze omzetting van een onderneming, dat wil zeggen inbreng zonder belastingheffing, is mogelijk als aan bepaalde standaardvoorwaarden is voldaan. Een van deze standaardvoorwaarden bepaalt dat de verkrijgingsprijs van de bij de inbreng verkregen aandelen wordt gesteld op de som van de fiscale boekwaarden van de ingebrachte vermogensbestanddelen. Als een voordeel, dat zou zijn behaald bij een ruisende inbreng, zou zijn vrijgesteld op grond van de landbouwvrijstelling, wordt de verkrijgingsprijs van de aandelen verhoogd met dit voordeel. De landbouwvrijstelling houdt in dat de waardeverandering van landbouwgrond is vrijgesteld, voor zover deze waardeverandering is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortzetting van het gebruik van de grond in een landbouwbedrijf. De landbouwvrijstelling is pas van toepassing als het gehele risico van waardeverandering van de grond is overgegaan.

De vraag in een procedure was wat de invloed van de aankoop van landbouwgrond was op de verkrijgingsprijs van de aandelen bij de latere inbreng van een onderneming in een bv. De koopsom van de grond in 2010 bedroeg € 575.000. Volgens een taxatie van de Belastingdienst was de waarde in 2010 € 754.209. Het verschil tussen de getaxeerde waarde en de koopsom was een kopersvoordeel, dat niet in de verkrijgingsprijs van de aandelen tot uitdrukking diende te komen, omdat daarop de landbouwvrijstelling niet van toepassing zou zijn bij vervreemding van de grond. Volgens de rechtbank heeft de Belastingdienst de grond niet te hoog getaxeerd.

De belanghebbende meende dat de landbouwvrijstelling van toepassing was op het verschil tussen de getaxeerde waarde en de koopsom omdat de economische eigendom van de grond al eerder was verkregen. De rechtbank deelde deze opvatting niet omdat de grond voor de aankoop door de belanghebbende werd gepacht.