email: info@emvoadvies.nl
woensdag, 15 april 2026

Publicatiedatum: 27/01/2022

Categorie: Inkomstenbelasting

Gerechtshof Amsterdam

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLI:NL:GHAMS:2022:90, BKDH-21/01011

Plaats werkelijke leiding bv na emigratie dga


Van een buitenlandse belastingplichtige wordt inkomstenbelasting geheven over het door hem genoten belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap. Een vennootschap, die ten minste vijf jaar in Nederland gevestigd is geweest, wordt na verplaatsing van de werkelijke leiding uit Nederland nog tien jaar lang geacht in Nederland te zijn gevestigd. Volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt naar omstandigheden beoordeeld waar een lichaam gevestigd is. Bij de beoordeling van de vestigingsplaats van een lichaam moet er in het algemeen van worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn bestuur en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent.

De Belastingregeling voor het Koninkrijk bepaalt dat als inwoner van een van de landen van het Koninkrijk wordt aangemerkt “een (rechts)persoon die, ingevolge de desbetreffende belastingregelingen van een van de landen aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding, of enige andere soortgelijke omstandigheid.” Als een rechtspersoon inwoner van twee landen van het Koninkrijk is, wordt hij geacht inwoner te zijn van het land waar de plaats van zijn werkelijke leiding is gevestigd.

Een dga emigreerde in 2005 naar Spanje. In 2013 verhuisde de dga van Spanje naar Curaçao. De dga had een rekening-courantschuld aan zijn bv. Met de Belastingdienst zijn afspraken gemaakt over het aflossen van de schuld en over de gevolgen van het niet voldoen aan de aflossingsplicht of het oplopen van de schuld. Over het jaar 2015 legde de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting op in box 2 in verband met het niet voldoen aan de aflossingsplicht en het oplopen van de rekening-courantschuld. De dga bestreed de aanslag met als standpunt dat vanaf het moment van zijn emigratie uit Nederland de werkelijke leiding van de bv in zijn woonland was gelegen, omdat hij de enige bestuurder is van de bv. Dit zou betekenen dat de bv vanaf 2005 niet meer in Nederland was gevestigd. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de bv in 2015 nog steeds in Nederland was gevestigd.

Hof Amsterdam stelde vast dat de dga, als enige statutaire bestuurder van de bv, zijn leidinggevende taak na zijn emigratie in Spanje uitoefende. Het hof vond aannemelijk dat de plaats van werkelijke leiding van de bv in 2013 is verplaatst naar Curaçao als gevolg van de emigratie van de dga naar Curaçao. De door de inspecteur aangevoerde feiten en omstandigheden doen volgens het hof niet af aan deze conclusie. Uit niets volgt dat het bestuur van de bv in de persoon van de dga zijn leidinggevende taak in Nederland uitoefende in plaats van in Spanje of op Curaçao. De statutaire vestigingsplaats in Nederland is niet relevant voor de beoordeling waar de dga zijn bestuurswerkzaamheden verrichtte. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat de werkelijke leiding van de bv in 2015 door een ander dan de dga is uitgevoerd.

Op grond van de vestigingsplaatsfictie was de bv voor de toepassing van de aanmerkelijk belangregeling ten aanzien van een buitenlandse belastingplichtige tot een datum in 2015 fictief in Nederland gevestigd. Het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang betrof in deze casus een verkapte winstuitdeling, bestaande uit het verschil tussen de stand van de rekening-courantschuld op 31 december 2015 en de stand zoals die zou moeten luiden op grond van de gemaakte afspraken. Omdat dit verschil niet eerder dan aan het einde van het kalenderjaar 2015 kon worden vastgesteld, moet het inkomen uit aanmerkelijk belang worden geacht te zijn genoten bij het einde van het betreffende kalenderjaar. Op dat moment was de bv echter niet meer in Nederland gevestigd, noch op grond van de vestigingsplaatsfictie, noch op grond van haar plaats van werkelijke leiding. Dat betekent dat Nederland op grond van de nationale wetgeving geen heffingsrecht had over het inkomen uit aanmerkelijk belang. Het hof heeft het inkomen uit aanmerkelijk belang over 2015 daarom vastgesteld op nihil.