Staatscourant 2022 nr. 1003 19 januari 2022
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Tijdelijk besluit uitstel voldoening maandaangifte vergunninghouders bpm)
Directoraat-generaal Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek
Besluit van 10 januari 2022, nr. 2021-267616
De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst heeft het volgende besloten.
Dit besluit bevat een tijdelijke goedkeuring voor vergunninghouders in de zin van artikel 8 Wet BPM 1992. De goedkeuring voorziet in een praktische werkwijze waarmee een kwartaalaangifte materieel zo dicht mogelijk wordt benaderd.
1. Inleiding
Met ingang van 1 januari 2022 is het belastbaar feit voor de bpm gewijzigd naar het moment van inschrijving van een personenauto of motorrijwiel in het kentekenregister. Wat betreft het betalen van de bpm is en blijft het uitgangspunt dat de bpm moet worden
betaald en de aangifte moet worden gedaan vóórafgaand aan de inschrijving in het kentekenregister. In de bpm bestaat – naast dit uitgangspunt – een voorziening voor ondernemers die regelmatig om inschrijving verzoeken van motorrijtuigen (hierna: vergunninghouders).
Deze ondernemers mogen, op basis van een vergunning, de bpm per tijdvak voldoen na afloop van het tijdvak van de inschrijving. Dat is nu een tijdvak van één maand. In de toelichting bij de nota van wijziging van het Belastingplan 2021 heb ik aangegeven te
willen onderzoeken onder welke voorwaarden een kwartaalaangifte bpm mogelijk is (Kamerstukken II 2020/21, 35 572, nr. 22, p. 4). Vanwege aanpassingen aan de automatiseringssystemen van de Belastingdienst kunnen – onder nog nader te bepalen voorwaarden – kwartaalvergunningen
per 1 juli 2022 in werking treden. Voor de tussengelegen periode wordt een praktische werkwijze goedgekeurd waarmee een kwartaalaangifte materieel zo dicht mogelijk wordt benaderd.
2. Uitzondering op voldoening van de maandaangifte bij vergunninghouders
Vergunninghouders in de zin van artikel 8 Wet bpm 1992, zijn op grond van artikel 19 AWR gehouden de in een tijdvak verschuldigd geworden belastingen, binnen één maand na afloop van dat tijdvak te voldoen. Vanwege de situatie zoals hiervoor beschreven vind
ik dat niet wenselijk.
Praktische werkwijze
Daarom keur ik op grond van artikel 63 AWR onder voorwaarden goed dat:
– de voldoening van de in januari en februari 2022 verschuldigde belasting uiterlijk op 30 april 2022 plaatsvindt, en
– de voldoening van de in april en mei 2022 verschuldigde belasting uiterlijk op 31 juli 2022 plaatsvindt.
Voorwaarden
– De aangifte van de in een tijdvak verschuldigd geworden belasting wordt maandelijks gedaan, ondanks dat de daadwerkelijke voldoening van deze belasting op een later moment mag plaatsvinden. In het schema hieronder is dit concreet weergegeven. Wordt
niet tijdig aangifte gedaan, dan kan de inspecteur naheffen en een boete opleggen.
– De betaling moet per (eerder ingediende) maandaangifte worden gedaan en zijn voorzien van het bij die maand horende betalingskenmerk.
– Bij het niet voldoen van de belasting op het hierboven genoemde moment, kan de inspecteur de niet betaalde belasting naheffen en een boete opleggen.
Maand Aangifte uiterlijk op Betaling uiterlijk op
Januari 2022 28 februari 2022 30 april 2022 / betalingskenmerk januari
Februari 2022 31 maart 2022 30 april 2022 / betalingskenmerk februari
Maart 2022 30 april 2022 30 april 2022 / betalingskenmerk maart
April 2022 31 mei 2022 31 juli 2022 / betalingskenmerk april
Mei 2022 30 juni 2022 31 juli 2022 / betalingskenmerk mei
Juni 2022 31 juli 2022 31 juli 2022 / betalingskenmerk juni
Deze goedkeuring is tijdelijk van aard en kan door iedere vergunninghouder worden gebruikt. Deze goedkeuring wekt geen vertrouwen op ten aanzien van de toekomstige aanvraag van een vergunning waarmee de belasting per kwartaal wordt betaald of de voorwaarden
waaronder deze wordt verleend. De beoordeling van de aanvraag wordt gedaan door de inspecteur. Evenmin wekt deze goedkeuring vertrouwen ten aanzien van naheffingen, boetes of andere handhavingsacties anderszins.
3. Inwerkingtreding en vervaldatum
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2022. Dit besluit vervalt met ingang van 1 augustus 2022.
4. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit uitstel voldoening maandaangifte vergunninghouders bpm.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 10 januari 2022
De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst
namens deze,
H.G. Roodbeen,
Hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken