email: info@emvoadvies.nl
zondag, 25 oktober 2026

Publicatiedatum: 24/02/2022

Categorie: Formeel recht

Hoge Raad

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLHR2022281, 20/00766

Op de zaak betrekking hebbende stukken


Wanneer de belanghebbende in een procedure voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat een bepaald stuk van enig belang kan zijn voor de besluitvorming in zijn zaak moet een verzoek tot overlegging van dat stuk in beginsel worden gehonoreerd als het bestaan van dat stuk aannemelijk is en het de inspecteur ter beschikking staat of heeft gestaan.

De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Den Bosch vernietigd. In de procedure voor het hof is besproken dat de inspecteur zou onderzoeken of hij nog stukken had die de belanghebbende aan hem had verstrekt. De inspecteur zou berichten over de uitkomst van dat onderzoek. De belanghebbende had die stukken in originele vorm verstrekt, zonder kopieën daarvan te bewaren. Volgens de belanghebbende kon het hof zonder die stukken het geschil niet inhoudelijk beoordelen en had het hof geen uitspraak mogen doen.

Volgens de Hoge Raad heeft de belanghebbende gemotiveerd gesteld dat deze stukken van belang kunnen zijn voor de besluitvorming in haar zaak en daarom door de inspecteur aan het hof hadden moeten worden overgelegd. Het hof had moeten onderzoeken of de inspecteur de beschikking had over deze stukken. Voor zover dat het geval is had het hof vervolgens moeten onderzoeken of de inspecteur niet heeft voldaan aan de verplichting om de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen. Dat wordt volgens de Hoge Raad niet anders als het gaat om een geschilpunt waarvoor de bewijslast op de belanghebbende rust.

De zaak is verwezen naar Hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.