De voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Prinses Irenestraat 6
2595 BD Den Haag
Datum 8-3-2022
Betreft Voorhangprocedure wijziging uitkeringspercentage betaald ouderschapsverlof
Geachte voorzitter,
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit houdende wijziging van de percentages, bedoeld in artikel 6:3, derde en zevende lid, van de Wet betaald ouderschapsverlof in verband met de verhoging van het uitkeringspercentage betaald ouderschapsverlof van 50 procent
naar 70 procent. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure van artikel 6:10a, tweede lid, van de Wet betaald ouderschapsverlof en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het zal worden
vastgesteld.
Met de voorlegging van dit ontwerpbesluit wordt tevens uitvoering gegeven aan het verzoek dat vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 1 februari jl., op initiatief van het lid Van Beukering (D66), heeft gedaan om een brief over de wijze
waarop het uitkeringspercentage van betaald ouderschapsverlof voor 2 augustus 2022 wordt gewijzigd van 50 naar 70 procent.
De extra verplichtingen en uitgaven die gepaard gaan met de verhoging van het uitkeringspercentage betaald ouderschapsverlof zullen via de 1e suppletoire begrotingswet 2022 van SZW formeel aan het parlement ter autorisatie worden voorgelegd.
Aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal is eveneens een brief verstuurd in het kader van de voorhangprocedure.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
C.E.G. van Gennip
Besluit van ….., houdende wijziging van de percentages, bedoeld in artikel 6:3, derde en zevende lid, van de Wet betaald ouderschapsverlof
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (datum openlaten), nr. 2022-0000012887,
Gelet op artikel 6:10a, eerste lid, van de Wet betaald ouderschapsverlof;
HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:
Enig artikel
De percentages, bedoeld in artikel 6:3, derde en zevende lid, van de Wet betaald ouderschapsverlof worden gewijzigd in 70%.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
C.E.G. van Gennip