email: info@emvoadvies.nl
woensdag, 24 juni 2026

Publicatiedatum: 10/03/2022

Categorie: Ondernemingswinst

Hoge Raad

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLHR2022312, 21/00564

Afkoopsom renteswapconstructie


Het risico van rentestijgingen bij een lening met een variabele rente kan worden afgedekt met een renteswapcontract. Op grond van zo’n contract betaalt de schuldenaar over een bepaalde periode een vast percentage van een overeengekomen bedrag. Als tegenprestatie ontvangt hij over dezelfde periode en hetzelfde bedrag het percentage van de variabele rente op de lening. Zolang de lening is afgedekt met de renteswap, wordt het fiscale resultaat op de variabel rentende lening en de renteswap gezamenlijk bepaald, op dezelfde wijze als wanneer een lening met een vaste rente zou zijn aangegaan.

De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen over de verwerking van de kosten van de voortijdige beëindiging van een meerjarig financieringscontract beantwoord. De rechtbank had de volgende vragen voorgelegd:

  1. Verplicht goed koopmansgebruik tot het activeren van de kosten van de herfinanciering van een meerjarig financieringscontract en het vervolgens daarop afschrijven?
  2. Verplicht goed koopmansgebruik ertoe om de afkoopsom voor een renteswap, die samenhangt met een variabel rentende lening, te activeren en af te schrijven, als in verband met de afkoop van de swap de variabel rentende lening wordt vervangen door een vastrentende lening?

De rechtbank wilde verder weten of voor de beantwoording van deze vragen van belang is wat het motief is geweest om tot afkoop van de swap over te gaan.

De Hoge Raad heeft de vragen als volgt beantwoord. Als een belastingplichtige zowel de renteswap afkoopt tegen betaling van een bedrag ineens als de onderliggende variabel rentende lening beëindigt, verzet goed koopmansgebruik zich niet ertegen om de afkoopsom van de renteswap in het jaar van afkoop ineens ten laste van de winst te brengen. Die afkoopsom vertegenwoordigt de op het tijdstip van de afkoop ‘gefixeerde’ negatieve waarde van de renteswap, waarin de verwachte nadelige kasstroom over de resterende looptijd van de renteswap is verdisconteerd. Door de afkoop van de renteswap wordt dit latente verlies definitief. Nadat de renteswap en de onderliggende lening zijn afgewikkeld, spelen zij geen rol meer in het ondernemingsvermogen en heeft de belastingplichtige daarbij geen baat meer.

Als de belastingplichtige de renteswap afkoopt en de onderliggende variabel rentende lening vervangt door een lening tegen een vaste rente die lager is dan de vaste swaprente vermeerderd met de vaste opslag van de onderliggende lening, moet worden beoordeeld of daarmee in wezen de oorspronkelijke swapcombinatie wordt voortgezet. Als dat het geval is, moet de betaalde afkoopsom worden geactiveerd en afgeschreven in de resterende looptijd.

In de aan de Hoge Raad voorgelegde situatie verschilden de kenmerken van de swapcombinatie van die van een vastrentende lening vanwege de verplichting om bij een dalende marktrente liquiditeiten als zekerheid (zogenaamde margin calls) te storten. Vanwege deze liquiditeitsrisico’s kan niet worden gezegd dat met een vervangende vastrentende lening in wezen de oorspronkelijke swapcombinatie wordt voortgezet. Dit betekent dat goed koopmansgebruik toestaat dat de afkoopsom van zowel de renteswap als de variabel rentende lening in één keer wordt verantwoord in de belastbare winst van het jaar waarin de afkoop plaatsvindt.

Volgens de Hoge Raad is niet van belang wat het motief tot afkoop is, of de nieuwe, vastrentende lening wordt aangegaan bij een andere bank en of de nieuwe situatie uitsluitend wat rentelasten betreft een financieel voor- of nadeel oplevert ten opzichte van de oude situatie, dan wel per saldo een financieel voor- of nadeel oplevert.