Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Prinses Irenestraat 6
2595 BD Den Haag
Datum 10 maart 2022
Betreft Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, met Protocol; Nicosia, 1 juni
2021
Onze Referentie MINBUZA-2022.199081
Geachte Voorzitter,
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State gehoord, heb ik de eer u hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen het op 1 juni 2021 te Nicosia
tot stand gekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, met Protocol (Trb.
2021, 80).
Een toelichtende nota bij dit verdrag treft u eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt voor het Europese deel en het Caribische deel van Nederland gevraagd.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
W.B. Hoekstra
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, met Protocol; Nicosia, 1 juni
2021 (Trb. 2021, 80)
TOELICHTENDE NOTA
I. ALGEMEEN
I.0 Inleiding
Het onderhavige, op 1 juni 2021 te Nicosia ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontgaan of het ontwijken
van belasting, met Protocol, (hierna: ‘het Verdrag’ en ‘het Protocol’) geeft regels die aanwijzen welke van de verdragsluitende staten bevoegd is om in overeenstemming met zijn nationale wetgeving belasting te heffen over het inkomen van inwoners van één of
van beide verdragsluitende staten. Het belangrijkste doel van deze regels is het vermijden van dubbele belasting. Daarnaast regelt het Verdrag, onder meer met het oog op het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, de administratieve wederzijdse
bijstand in de vorm van onderlinge uitwisseling van fiscale informatie.
Het Verdrag is, wat Nederland betreft, gebaseerd op het Nederlandse verdragsbeleid zoals is uiteengezet in de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 20115 In de artikelsgewijze toelichting wordt hier bij de relevante artikelen nader op ingegaan. 1 (hierna: ‘NFV
2011’) en niet op de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 20202, aangezien de onderhandelingen over het Verdrag vóór publicatie van laatstgenoemde notitie reeds waren afgerond. Het Verdrag is, met betrekking tot het tegengaan van belastingontwijking, tevens gebaseerd
op het beleid zoals dat nader is verwoord in de kabinetsappreciatie3 van de op 5 oktober 2015 gepubliceerde definitieve actierapporten van het project
Addressing Base Erosion and Profit Shifting (hierna: BEPS) die de OESO op verzoek van de G20 heeft opgesteld en op de in de brief van 28 oktober 2016 gegeven reactie op het door de OESO ontwikkelde Multilaterale Instrument4 (hierna: ‘het MLI’) om de
in het BEPS-project ontwikkelde verdragsbepalingen te implementeren.
De artikelen van het Verdrag en het Protocol bevatten (met uitzondering van de artikelen 27, 28 en 29 van het Verdrag en artikel 5 van het Protocol) naar het oordeel van de regering eenieder verbindende bepalingen in de zin van de artikelen 93 en 94 van
de Grondwet, die aan de burger rechtstreeks rechten toekennen of plichten opleggen. In onderdeel I.7 is het Toetsschema Fiscaal Verdragsbeleid 2011 opgenomen.6