Stap 1: Inventarisatie

Welke risico’s spelen er in uw organisatie?
Alle risico’s in uw bedrijf op één lijst.
De eerste stap van het uitvoeren van een RI&E is het maken van een lijst met de risico’s in uw bedrijf. Dit wordt inventarisatie genoemd. Een manier om dit te doen is om werkrisico’s in te delen naar risicosoorten. Door elk van de onderstaande categorieën
langs te gaan, voorkomt u bijvoorbeeld dat u minder direct zichtbare risico’s over het hoofd ziet. Maar gaat u ook eens na of u andere arbozorg op orde heeft zoals BHV, arbodienstverlening en een preventiemedewerker.

Lees verder: Makkelijk; RI&E-instrumenten of ga naar de veelgestelde
vragen over het opstellen van de RI&E.
Makkelijk: RI&E-instrumenten
U kunt uw RI&E zelf opstellen, maar u kunt hierbij ook gebruikmaken van zogenaamde RI&E-instrumenten. Een RI&E-instrument
is een hulpmiddel bij het opstellen van de RI&E. Deze instrumenten zijn ontwikkeld door brancheorganisaties. De risico’s die hierin aan bod komen zijn afgestemd op de meest voorkomende risico’s in de betreffende branche.
Zoek uw branche op en lees de betreffende informatie om meer te weten te komen over het RI&E-instrument.
Geen instrument op www RIE.nl?
Is er voor uw branche geen RI&E-instrument beschikbaar? Dan kunt u kijken of er een instrument beschikbaar is in een branche waar de werkomstandigheden
vergelijkbaar zijn met uw bedrijf of branche. Als dat niet het geval is kunt u gebruik maken van het algemene MKB RI&E instrument. Dit is een algemeen RI&E instrument en dus niet specifiek gericht op uw type bedrijf. Daarom adviseren wij om naast het doorlopen
van deze lijst ook zelf nog na te gaan of u ook alle risico’s binnen uw bedrijf heeft meegenomen.
Ook kunt u bij uw eigen brancheorganisatie navragen of zij een RI&E instrument hebben. Niet alle in Nederland bestaande RI&E instrumenten staan namelijk op de website van het Steunpunt RI&Einstrumenten. Brancheorganisaties kunnen op www.rie.nl bovendien
lezen hoe ze een RI&E-instrument kunnen ontwikkelen. U kunt uw brancheorganisatie daarop wijzen.
Checklist Gezondheidsrisico ’s
Een speciaal instrument is er voor bedrijven die voor maximaal 40 uur per week arbeid laten verrichten (alle werknemers bij elkaar opgeteld). Zij mogen ook gebruik maken van de ‘Checklist Gezondheidsrisico’s’. Dit is een verkorte versie van de RI&E. Deze
checklist is te vinden onder het tabblad: Algemene RI&E instrumenten . Of
klik hier om er gelijk naartoe te gaan
Stap 2: Evaluatie

Hoe groot is het risico?
Risico’s sorteren: de belangrijkste boven aan
Nadat de lijst met risico’s in uw bedrijf opgesteld is, komt het evalueren van de risico’s. Vergelijk alle risico’s van de lijst en zet ze in de goede volgorde onder elkaar, de belangrijkste bovenaan. Dit helpt om prioriteiten te stellen voor uw plan van
aanpak.
Stel uzelf daarbij de volgende vragen:
1. Hoe groot is de kans op dit risico?
2. Hoe vaak wordt men blootgesteld aan dit risico?
3. Hoeveel werknemers lopen er gevaar?
4. Wat zijn de mogelijke gevolgen van dit risico?
5. Welke risico’s kunnen schade veroorzaken aan uw medewerkers, apparaten of het productieproces?
6. Welke risico’s zien uw medewerkers graag aangepakt?
De digitale instrumenten helpen u bij het evalueren van de risico’s.

Stap 3: Plan van Aanpak

Hoe gaat u uw risico’s aanpakken?
Wie doet wat, en wanneer?
U heeft nu een lijst met “Things to Do”. In een plan van aanpak geeft u aan welke maatregelen genomen gaan worden om de risico’s op te lossen. Hiervoor geldt dat voorkómen beter is dan genezen! Probeer daarom de risico’s aan te pakken bij de oorzaak in plaats
van het gevolg. Ga één voor één de risico’s bij langs en geef precies aan hoe het voorkomen of verminderd moet worden. Met welke maatregel? Wat is er daarvoor nodig? Wie gaat ermee aan de slag en wanneer? Wat zijn de kosten? Wanneer bent u tevreden? Ook de
kennis en ervaring die nodig zijn om dit uit te voeren, vult u in. Geef ook expliciet aan binnen welke termijn de maatregelen zullen zijn ingevoerd. Inspectie SZW kan hier naar vragen.

Op zoek naar oplossingen of maatregelen om de risico ’s in uw bedrijf te beheersen?
De Arbocatalogus kan hierbij uitkomst bieden. De Arbocatalogus is een digitaal document waarin op sectorniveau oplossingen en aanbevelingen zijn vastgelegd om veilig en gezond te werken.
Bij sommige RI&E instrumenten is ook een link te vinden naar de betreffende Arbocatalogus. Deze staan dan onderaan op de pagina van dit RI&E instrument. Zie: http://www.rie.nl/rie-instrumenten/
Uitleg over wat een Arbocatalogus is vind u hier.
Stap 4: Toetsen van uw RI&E

Voldoet uw RI&E aan de richtlijnen volgens de wet?
Nadat u de risico’s in uw organisatie geïnventariseerd en geëvalueerd hebt en een plan van aanpak hebt gemaakt, is het zaak uw RI&E te laten toetsen. De wet verplicht in de meeste gevallen dat uw RI&E door een gecertificeerde arbodienst/ deskundige getoetst
wordt. Tijdens dit bezoek zal gekeken worden of alle risico’s op uw lijst staan, of de situatie in het bedrijf goed is weergegeven en of de laatste normen en richtlijnen zijn gebruikt. Ook adviseert deze deskundige bij het plan van aanpak. Indien u geen contract
heeft met een arbodienst, kunt u hier een lijst vinden met gecertificeerde arbodiensten. Zelfstandig gecertificeerde deskundigen staan geregistreerd in het register van Hobéon
SKO (Hoger Veiligheidskundige, Arbeidshygiënist en Arbeids- & Organisatiedeskundige), van DNV GL(Hoger Veiligheidskundige, klik op Certcheck en maak account
aan) en in het BIG-register(bedrijfsarts). Bent u op zoek naar een zelfstandige deskundige, zoek dan eerst via internet welke aanbieders er in de buurt zijn en controleer vervolgens
in één van deze registers of de persoon gecertificeerd is.
Soms is toetsing niet nodig!
Er zijn uitzonderingen op de toetsingsverplichting. Of uw bedrijf toetsingsvrijstelling kan krijgen, hangt af van de grootte van het bedrijf en het soort RI&E-instrument dat u gebruikt om uw RI&E op te stellen. Aan de hand van het stroomschema hieronder
kunt u kijken of u verplicht bent om uw RI&E te laten toetsen, nadat u deze hebt opgesteld (dit laatste is voor praktisch alle bedrijven verplicht!).
Instemming en inzage
De RI&E en het plan van aanpak moeten na de toetsing ook worden toegezonden aan de ondernemingsraad (OR) of de personeelsvertegenwoordiging (PVT). Zij moeten met de RI&E en het plan van aanpak instemmen. Indien er geen OR of PVT is, geldt deze verplichting
natuurlijk niet. Wel is in de Arbowet vastgelegd dat werknemers de RI&E moeten kunnen inzien wanneer zij dit willen (inzagerecht). Het is dan ook verstandig om de RI&E en het plan van aanpak te verspreiden onder uw personeel. Zo weet iedereen welke risico’s
er spelen en hoe die risico’s aangepakt gaan worden. Zie ook: Veelgestelde vragen over de rol van de OR.
Moet u uw RI&E toetsen?

Een erkend RI&E-instrument
Bedrijven met maximaal 25 werknemers die voor het opstellen van de RI&E gebruik maken van een door het Steunpunt-RI&E erkend RI&E-instrument (groen logo), hoeven hun RI&E niet te laten toetsen door een gecertificeerde arbodienst. Het betreffende
bedrijf moet, om in aanmerking te komen voor de vrijstelling van toetsing, wel vallen onder de branche waarvan het RI&E-instrument gebruikt wordt. In de RI&E instrumenten kunt u zien of de RI&E van uw branche is erkend en daarmee in aanmerking komt voor toetsingsvrijstelling.
Van belang is ook dat op het tijdstip van afronden van uw RI&E het RI&E instrument erkend was. Zie daarvoor hier voor het tijdstip van toekenning
en vervallen van de erkenningen van de RI&E-instrumenten.
Bekijk ook de veelgestelde vragen over het toetsen van uw RI&E.
Stap 5: Aan de slag!

Klaar? Dan bent u begonnen!
Nadat u uw RI&E en plan van aanpak hebt laten toetsen, is het tijd om aan de slag te gaan met de uitvoering van uw plan van aanpak. In het plan van aanpak heeft u aangegeven wie wát gaat doen en binnen welke termijn. U maakt zo’n plan niet voor niets, dus
aan de slag ermee! Ook hierin zal de preventiemedewerker het voortouw nemen.
Uw Plan van Aanpak bij de hand
Het is verstandig om regelmatig, maar in ieder geval jaarlijks, uw plan van aanpak te bekijken en de voortgang te beoordelen. Zijn de afspraken die u heeft gemaakt nagekomen? Zijn er nog nieuwe zaken aan het licht gekomen die u wellicht in uw plan van aanpak
moet verwerken? Kijk bijvoorbeeld eens kritisch naar de oorzaken van eventuele ongevallen of van verzuim. Misschien dat deze om nieuwe maatregelen vragen of dat ze meer prioriteit geven aan plannen die u al gemaakt had.
Ook wanneer u nieuwe investeringen wilt gaan doen of veranderingen in de manier van werken aanbrengt is het vaak wijsheid uw plan van aanpak erbij te pakken. Wellicht dat daarmee gelijk bepaalde risico’s ook voorkomen kunnen worden. Dan slaat u twee vliegen
in een klap. Bovendien geeft uw plan van aanpak u zicht op de kosten en de baten van elke maatregel. Zo kunt u dus beter een afweging maken tussen alternatieven.

Uw RI&E actueel houden
Als u grote aanpassingen in het bedrijf aanbrengt, moet u de RI&E ook aanpassen. Nieuwe machines, een nieuwe manier van werken, een reorganisatie of een nieuwe locatie? Veranderingen in uw bedrijf betekenen een aangepaste RI&E. U inventariseert dus opnieuw
welke risico’s er in uw organisatie spelen. Hiermee evalueert u tegelijkertijd de al genomen maatregelen. Als het goed is zijn de risico’s waarop u actie ondernomen heeft namelijk afgenomen. Mocht dit niet zo zijn, dan wilt u dat natuurlijk ook weten. Dus
als met u met uw (eerste) RI&E klaar bent, dan bent u begonnen. Begonnen met het verbeteren van de veiligheid en gezondheid in uw bedrijf. En met verbeteren ben je nooit klaar!
Makkelijk: RI&E-instrumenten
U kunt uw RI&E zelf opstellen, maar u kunt hierbij ook gebruikmaken van zogenaamde RI&E-instrumenten. Een RI&E-instrument is een hulpmiddel bij het opstellen van de RI&E. Deze instrumenten zijn ontwikkeld door brancheorganisaties. De risico’s die hierin
aan bod komen zijn afgestemd op de meest voorkomende risico’s in de betreffende branche.
Zoek uw branche op en lees de betreffende informatie om meer te weten te komen over het RI&E-instrument.
Geen instrument op www RIE.nl?
Is er voor uw branche geen RI&E-instrument beschikbaar? Dan kunt u kijken of er een instrument beschikbaar is in een branche waar de werkomstandigheden vergelijkbaar zijn met uw bedrijf of branche. Als dat niet het geval is kunt u gebruik maken van het algemene
MKB RI&E instrument. Dit is een algemeen RI&E instrument en dus niet specifiek gericht op uw type bedrijf. Daarom adviseren wij om naast het doorlopen van deze lijst ook zelf nog na te gaan of u ook alle risico’s binnen uw bedrijf heeft meegenomen.
Ook kunt u bij uw eigen brancheorganisatie navragen of zij een RI&E instrument hebben. Niet alle in Nederland bestaande RI&E instrumenten staan namelijk op de website van het Steunpunt RI&Einstrumenten. Brancheorganisaties kunnen op www.rie.nl bovendien
lezen hoe ze een RI&E-instrument kunnen ontwikkelen. U kunt uw brancheorganisatie daarop wijzen.
Checklist Gezondheidsrisico ’s
Een speciaal instrument is er voor bedrijven die voor maximaal 40 uur per week arbeid laten verrichten (alle werknemers bij elkaar opgeteld). Zij mogen ook gebruik maken van de ‘Checklist Gezondheidsrisico’s’. Dit is een verkorte versie van de RI&E. Deze
checklist is te vinden onder het tabblad: Algemene RI&E instrumenten . Of
klik hier om er gelijk naartoe te gaan
RI&E-toetsingsregimes voor bedrijven
Zoals eerder vermeld zijn aan de erkenning van branche RI&E-instrumenten voordelen voor bedrijven in uw branche verbonden: bedrijven met maximaal 25 werknemers die gebruik maken van het erkende instrument, krijgen in speciale gevallen toetsingsvrijstelling van
hun RI&E-document. Dat betekent:
- geen bedrijfsbezoek van de arbodienst of arbo-kerndeskundige;
- geen aanvullende metingen (mits de metingen die voor het opstellen van de RI&E zijn uitgevoerd door erkende instellingen zijn verricht);
- dus tijd- en kostenbesparing;
- en meer motivatie en sneller aan de slag om zaken te verbeteren.
Vrijstelling van RI&E-toetsing geldt bovendien ook voor bedrijven waarin alle werknemers bij elkaar opgeteld totaal maximaal 40 uur per week arbeid verrichten. Zowel deze bedrijven,
als bedrijven met maximaal 25 werknemers, moeten uiteraard wél over een (actueel en waarheidsgetrouw) RI&E-document beschikken, want dat is een wettelijke verplichting voor alle werkgevers met personeel in dienst. Bedrijven waarin de werknemers totaal maximaal
40 uur per week arbeid verrichten kunnen gebruik maken van de checklist Gezondheidsrisico’s.
In alle overige gevallen moeten bedrijven hun RI&E-document ‘gewoon’ laten toetsen door een arbodienst of gecertificeerd arbo-kerndeskundige, ongeacht of het bedrijf gebruik maakt van een branche RI&E-instrument dat door sociale partners is erkend of in
de CAO is overeengekomen.
Voor alle duidelijkheid: de voordelen van toetsingsvrijstelling hebben dus uitsluitend betrekking op bedrijven met maximaal 25 medewerkers.
Toetsing van de RI&E
Nadat de RI&E is opgesteld, dient deze te worden getoetst. De wet verplicht dat de RI&E door een gecertificeerde arbodienst/deskundige getoetst wordt. Een gecertificeerde arbodienst/deskundige toetst de RI&E en adviseert bij het plan van aanpak. Die kijkt
of alle risico’s op de lijst staan, of de situatie in het bedrijf goed is weergegeven en of de laatste normen en richtlijnen zijn gebruikt.
Moet iedere organisatie zijn RI&E laten toetsen?
Nee, het toetsen van de RI&E hangt af van de grootte van het bedrijf en het soort RI&E-instrument dat gebruikt wordt. Onderstaand wordt deze toetsingsverplichting toegelicht voor verschillende sitiaties. Bedrijven en organisaties kunnen ook hier
lezen of zij verplicht zijn hun RI&E te laten toetsen.
- Organisaties met meer dan 25 werknemers
- Organisaties met meer dan 25 werknemers moeten hun RI&E-instrument op de gewone wijze laten toetsen.
- Organisaties met ten hoogste 40 uur arbeid per week
- Organisaties die voor maximaal 40 uur per week arbeid laten verrichten (alle werknemers bij elkaar opgeteld) moeten een RI&E hebben, maar hoeven dat document niet te laten toetsen. Deze bedrijven mogen daarnaast ook gebruik maken van de ‘Checklist
Gezondheidsrisico’s’. Dit is een verkorte versie van de RI&E.
- Organisaties met ten hoogste 25 werknemers
- Bedrijven met maximaal 25 werknemers die voor het opstellen van de RI&E gebruik maken van een door het Steunpunt-RI&E erkend RI&E-instrument
,
hoeven hun RI&E niet te laten toetsen door een gecertificeerde arbodienst/arbodeskundige. Het betreffende bedrijf moet, om in aanmerking te komen voor de vrijstelling van toetsing, wel vallen onder de branche waarvan het RI&E-instrument gebruikt wordt.In de
RI&E A t/m Z (Zie rechter menu) kunt u zien of de RI&E van uw branche is erkend en daarmee in aanmerking komt voor toetsingsvrijstelling. - Geen erkenning
- Indien het RI&E-instrument niet is voorzien van een erkenningsicoontje, dan dient de RI&E op de gewone wijze getoetst te worden. Dit houdt in dat de arbodienst / deskundige de RI&E toetst. (Zie ook: Wanneer
geen erkenning en Wat houdt toetsing in).
NB: voor het tellen van het aantal medewerkers geldt niet het aantal FTE’s, maar het aantal daadwerkelijke personen.
Toetsen van de RI&E
Wie mag de RI&E toetsen en wat houdt die toetsing in?
In onderstaand stroomschema ziet u in één overzicht wie uw RI&E mag toetsen en wat die toetsing inhoudt. Zie onderstaande tekst voor meer uitleg.
Uitleg bij het stroomschema:
Wijze van toetsen: op papier of bedrijfsbezoek
De verplichting tot toetsing van de RI&E is vastgelegd in de Arbowet. Hierin staat dat werkgevers zich hierbij moeten laten bijstaan door een gecertificeerd
arbo-kerndeskundige. De wijze van toetsing is niet vastgelegd in de arbowet, maar in de certificatieregelingen van deze arbodeskundigen.
Voor Arbodiensten (vangnetregeling) verplicht de Certificatieregeling Arbodiensten het toetsen van de RI&E middels een werkplekbezoek. Zelfstandige arbodeskundigen (maatwerkregeling) hebben ook een certificatieregeling, maar daaruit volgt geen verplichting van
het toetsen van de RI&E door middel van een werkplekbezoek. Zij kunnen daarom volstaan met een papieren toetsing. Wel dient opgemerkt te worden dat voor een kwalitatief goede toetsing, een werkplekbezoek zeer gewenst is.
Mag een ‘eigen’ arbodeskundige de toetsing van de RI&E van het bedrijf doen?
Dit hangt af van welke van de 2 regelingen er gelden voor het bedrijf: de maatwerkregeling of de vangnetregeling.
De vangnetregeling: Het bedrijf is aangesloten bij een gecertificeerde arbodienst. Dan moet de gecertificeerde arbodienst deze RI&E toetsen. Een eigen kerndeskundige van het bedrijf mag de RI&E dan wel maken maar niet toetsen, ook
als deze eigen deskundige gecertificeerd is. Immers de vangnetregeling stelt dat de aangesloten arbodienst de toetsing moet doen. In het zeldzame geval dat de kerndeskundige van de Arbodienst de RI&E uitvoert voor het bedrijf, dan mag deze zelfde kerndeskundige
van de Arbodienst ook deze RI&E toetsen. Maar dit zal niet vaak voorkomen, omdat dit een dure optie is. Áls een arbodienst al de uitvoering van een RI&E bij een bedrijf doet zal dat eerder een MVK-er zijn. Hierna zal de gecertificeerde kerndeskundige van de
Arbodienst de toetsing uitvoeren.
De maatwerkregeling: Het bedrijf heeft contracten met verschillende arbodeskundigen (zo’n maatwerkregeling is alleen mogelijk als dit is overeengekomen met OR PVT of als het is vastgelegd in de CAO). In dit geval zou het kunnen
zijn dat een gecertificeerde interne arbokerndeskundige de RI&E zelf maakt en toetst (zie: artikel 14, lid 2 , onder b. Arbowet). Let wél: de interne arbokerndeskundige moet wél gecertificeerd zijn. Hij/zij moet beschikken over een persoonscertificaat HVK’er,
arbeidshygiënist of arbeids- en organisatiedeskundige dan wel een BIG-geregistreerde bedrijfsarts zijn.
Zie verder ook het schema moet u uw RI&E toetsen en wat is een maatwerk-
en vangnetregeling
Wat is een maatwerkregeling en wat is een vangnetregeling?
De vangnetregeling
Werkgevers kunnen hun deskundige ondersteuning betrekken van een arbodienst. De werkgever heeft dan een dienstverleningsovereenkomst met een gecertificeerde arbodienst. Dit wordt de Vangnetregeling genoemd. In dat geval moet de werkgever ook zijn RI&E ter
toetsing voorleggen aan de betreffende gecertificeerde arbodienst.
Daarnaast levert deze arbodienst ziekteverzuimbegeleiding, arbeidsgezondheidskundig onderzoek en aanstellingskeuringen.
Indien u geen contract heeft met een arbodienst, kunt u hier een lijst vinden met gecertificeerde arbodiensten.
De maatwerkregeling
Indien een werkgever geen dienstverleningsovereenkomst met een gecertificeerde arbodienst wil, dan is dat onder voorwaarden mogelijk. Deze voorwaarden zijn:
1. het staat in de (bedrijfs- of bedrijfstak-) CAO dat het mag of
2. er is met de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) van het bedrijf schriftelijk overeenstemming bereikt dat gebruik wordt gemaakt van de maatwerkregeling. (Is er voor het bedrijf geen CAO gemaakt of beschikt het bedrijf niet over
een OR of PVT, dan valt men automatisch onder de vangnetregeling.)
In het kader van die maatwerkregeling mag een bedrijf met gecertificeerde/BIG-geregistreerde kerndeskundigen zaken gaan doen. Zelfstandig gecertificeerde deskundigen staan geregistreerd in het register van Hobéon
SKO (Hoger Veiligheidskundige, Arbeidshygiënist en Arbeids-
& Organisatiedeskundige) en in het BIG-register (bedrijfsarts). Bent u op zoek naar een zelfstandige deskundige, zoek dan eerst via internet welke aanbieders
er in de buurt zijn en controleer vervolgens in het register of de persoon gecertificeerd is.
N.B.
In de praktijk komt het wel eens voor dat dit soort diensten wordt aangeboden door een dienstverlenende organisatie die zich dan soms ‘arbodienst’ noemt. Zo’n instelling is echter niet een arbodienst in de zin van de Arbowet en hoeft formeel
ook niet gecertificeerd te zijn. Eigenlijk is het een servicebureau, of beter: een arbo- of verzuimbureau. Dat kan dus alleen indien er sprake is van een Maatwerkregeling! En let er bovendien op dat de arbodeskundige gecertificeerd moet zijn voor de toetsing
van de RI&E.
Preventiemedewerker
Wat is een preventiemedewerker?
In elk bedrijf moet een preventiemedewerker aanwezig zijn. Dit is een medewerker binnen het bedrijf die zich bezighoudt met de veiligheid en gezondheid op de werkvloer.
Als het bedrijf maximaal 25 werknemers heeft, dan kan ook de werkgever zélf de preventietaken uitvoeren.
Mag de directeur zelf preventiemedewerker zijn?
De preventiemedewerker is vaak een rol van een van de werknemers. Bij bedrijven tot 25 medewerkers kan de werkgever deze rol zelf vervullen.
Is het hebben van een preventiemedewerker verplicht?
Ja, elke organisatie met werknemers is verplicht zich bij te laten staan door één of meer deskundige werknemers. Dit staat letterlijk in artikel 13, lid 1 van de Arbowet). Deze deskundige werknemers zijn de preventiemedewerkers.
Welke regels gelden er voor preventiemedewerkers?
- Bedrijven met méér dan 25 werknemer moeten een medewerker aanwijzen als preventiemedewerker.
- Bij bedrijven met maximaal 25 werknemers in dienst mag de directeur zélf de preventiemedewerker zijn.
- Het bedrijf mag niet iemand van buiten aanstellen als preventiemedewerker. Behalve als er echt geen mogelijkheden zijn om de preventiemedewerker binnen het bedrijf aan te wijzen.
- De keuze voor één of meerdere preventiemedewerkers en de positie van de preventiemedewerkers in de organisatie hebben de instemming van de ondernemingsraad nodig (artikel 13, lid 1 Arbowet en artikel 27, lid 1 t/m 3 van de WOR).
- Het is van belang dat de preventiemedewerker die wordt aangewezen, over voldoende deskundigheid, ervaring en tijd beschikt om de preventietaken goed uit te kunnen voeren.
- De preventiemedewerker voert de taken uit met behoud van zijn/haar zelfstandigheid en onafhankelijkheid. De preventiemedewerker heeft benadelingsbescherming (hiermee wordt bedoeld dat een werknemer niet vanwege zijn/haar functie als preventiemedewerker
benadeeld mag worden door de werkgever), net zoals leden van de ondernemingsraad.
- In de RI&E moet worden aangeven hoe werknemers in contact kunnen treden met de preventiemedewerker, dus hoe de toegankelijkheid geregeld is.
- Een advies van de preventiemedewerker aan de OR of personeelsvertegenwoordiging (PVT) moet via een kopie aan de werkgever gezonden worden.
Wat zijn de taken van een preventiemedewerker?
Er is een algemene inhoudelijke taakeis voor preventiemedewerkers: “Werkgever laat zich t.a.v. de naleving van zijn verplichtingen op grond van deze wet bijstaan door één of meer deskundige werknemers” (artikel 13, lid 1 Arbowet).
Specifieke inhoudelijke taakeisen voor ‘preventiemedewerkers’ (artikel 13, lid 7 Arbowet) zijn:
- het meewerken aan of het opstellen van een RI&E (incl. het plan van aanpak);
- het meewerken aan het uitvoeren van de maatregelen uit o.a. het plan van aanpak;
- het samenwerken met en het adviseren aan de OR of de personeelsvertegenwoordiging (PVT);
- het samenwerken met en het adviseren aan de bedrijfsarts, de arbodeskundige of de arbodienst;
Per 1 juli 2017 is de Arbowet gewijzigd. Wat betekent dit voor de preventiemedewerker?
Naast de bedrijfsarts krijgt ook de preventiemedewerker een stevigere rol in de nieuwe Arbowet. Elk bedrijf moest al ten minste één werknemer aanwijzen als preventiemedewerker. De preventiemedewerker krijgt nu ook als taak te adviseren aan en samen te werken
met de bedrijfsarts en andere arbodienstverleners. Daarnaast moet de benoeming van de persoon en de positie van de preventiemedewerker in de organisatie met instemming van de OR of personeelsvertegenwoordiging (PVT) plaatsvinden. Dit geldt
sinds 1 juli 2017 voor elke nieuw aangestelde preventiemedewerker.
Is een preventiemedewerker hetzelfde als een Bedrijfshulpverlener (BHV’er)?
Nee, zoals het woord preventiemedewerker al zegt, richt een preventiemedewerker zich op preventie. Dit in tegenstelling tot bedrijfshulpverleners (BHV’ers) die zich voorbereiden op incidenten en calamiteiten en dus reageren als het mis is gegaan (reactief).
Welke deskundigheid moet een preventiemedewerker hebben?
Er staan geen concrete opleidingseisen in de Arbowet. Welke deskundigheid een preventiemedewerker nodig heeft wordt bepaald door de risico’s in het bedrijf. Zijn er veel en complexe risico’s in het bedrijf aanwezig dan zal de preventiemedewerker over méér
deskundigheid moeten beschikken. De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet een antwoord geven op de vraag welke risico’s er zijn en wat de ernst van deze risico’s zijn. De deskundigheid van de preventiemedewerker moet dus aansluiten op de risico’s
in het bedrijf.
In de RI&E moet wel worden aangegeven welke maatregelen het bedrijf heeft genomen m.b.t. onder meer de deskundigheid en de beschikbare tijd voor de preventiemedewerker (artikel 13, lid 9 Arbowet). Er bestaat geen wettelijke plicht tot het volgen van een
opleiding voor preventiemedewerker. Maar de wet zegt wél dat de preventiemedewerker zijn taak ”naar behoren” moet kunnen uitvoeren. Zeker als de preventiemedewerker weinig of geen kennis heeft van arbeidsomstandigheden dan is het volgen van een preventiemedewerker-opleiding
aan te bevelen. Bij de toetsing van uw RI&E zal de arbodienst, arbodeskundige óf de bedrijfsarts u hierover kunnen adviseren.
Hoeveel tijd moet ik als preventiemedewerker (minimaal) besteden aan mijn taken?
De Arbowet geeft niet aan hoeveel tijd u (minimaal) moet besteden aan de uitvoering van de preventietaken. Dat is natuurlijk ook moeilijk aan te geven, omdat dat verschilt van bedrijf tot bedrijf. Het aantal risico’s en de ernst van de risico’s in het bedrijf
zijn mede bepalend voor de hoeveelheid tijd die u als preventiemedewerker moet besteden aan uw taken. De risico-inventarisatie en -evaluatie van uw bedrijf is in grote mate bepalend voor het vaststellen van de hoeveelheid benodigde tijd voor de preventiemedewerker.
Bij de toetsing van uw RI&E zal de arbodienst of de arbodeskundige u hierover kunnen adviseren.
Er bestaat een handig hulpmiddel om u te helpen bij het vaststellen van de hoeveelheid tijd voor u als preventiemedewerker: de quickscan.
Waar vind ik meer informatie over hoe ik mijn taak als preventiemedewerker uitvoer?
Meer informatie en hulpmiddelen over hoe u uw taken als preventiemedewerker uit kan voeren kunt u vinden op de website van inpreventie.nl. Bijvoorbeeld als wilt weten hoeveel tijd het preventiewerk
kost, welke deskundigheid u verder nodig hebt; als u iets wilt doen aan de werkdruk in uw bedrijf; als u in contact wilt komen met andere preventiemedewerkers of als u wilt weten wat een preventiemedewerker oplevert. Informatie en tools hierover zijn ook op
onze website te vinden via deze pagina.