ECLINLRBNHO20223540
Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-04-2022
Datum publicatie 16-05-2022
Zaaknummer 9559732 CV EXPL 21-7891
Rechtsgebieden Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie Vordering tot terugbetaling (na einde dienstverband) van te veel opgenomen verlofuren toegewezen.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2022-0550
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9559732 \ CV EXPL 21-7891
Uitspraakdatum: 20 april 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BDO Accountants & Belastingadviseurs B.V., gevestigd te Eindhoven, eiseres, verder te noemen: BDO, gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders, tegen
[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde verder te noemen: [gedaagde], procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert BDO terugbetaling - na einde dienstverband - van een bedrag van € 385,05 in verband met te veel door [gedaagde] opgenomen verlofuren. De vordering wordt toegewezen. Voor zover tussen partijen is afgesproken dat de verlofuren verrekend
zouden worden met het salaris over september 2020 en BDO zich niet aan die afspraak heeft gehouden, doet dit aan de toewijsbaarheid van de vordering niet af. Ook de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
BDO heeft bij dagvaarding van 22 november 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.
1.2.
BDO heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.
2Feiten
2.1.
[gedaagde] is van 1 april 2019 tot 1 oktober 2020 bij BDO in dienst geweest.
2.2.
Op 21 oktober 2020 heeft BDO een eindafrekening aan [gedaagde] toegezonden, resulterende in een door [gedaagde] terug te betalen bedrag van € 385,05 in verband met 25 te veel opgenomen verlofuren. BDO heeft [gedaagde] verzocht dit bedrag binnen 30 dagen
aan haar over te maken. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
2.3.
Bij brief van haar gemachtigde van 17 juni 2021 heeft BDO [gedaagde] in de gelegenheid gesteld het bedrag van € 385,05 binnen vijftien dagen na bezorging van die brief te voldoen en heeft zij, voor het geval betaling uitblijft, de verschuldigdheid van buitengerechtelijke
incassokosten aangezegd. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.
3De vordering
3.1.
BDO vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 449,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 385,05 vanaf de dag van dagvaarding en met de proceskosten.
3.2.
BDO legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] het bedrag van de eindafrekening van € 385,05 ondanks aanmaning niet heeft voldaan. Hierdoor is [gedaagde] ook de wettelijke rente (van 21 november 2020 tot dagvaarding berekend
op € 7,12) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 57,76) verschuldigd.
4Het verweer
4.1.
[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat zij met BDO had afgesproken dat de te veel opgenomen verlofuren zouden worden verrekend met het salaris over de maand september 2020. Omdat BDO die afspraak niet is nagekomen, moet de vordering
worden afgewezen.
5De beoordeling
5.1.
Als door [gedaagde] niet betwist staat vast dat zij 25 verlofuren te veel heeft opgenomen en dat deze uren nog niet waren verrekend met het salaris over september 2020. De juistheid van het gevorderde bedrag van € 385,05 (op zichzelf) is door [gedaagde]
evenmin betwist.
5.2.
Ook uit de als productie 2 bij dagvaarding overgelegde eindafrekening blijkt dat [gedaagde] over de maand september € 1.998,16 aan loon heeft ontvangen, terwijl dit, na correctie met de 25 te veel opgenomen verlofuren, € 1.613,11 had moeten zijn. Het verschil
van € 385,05 moet door [gedaagde] aan BDO worden terugbetaald. Voor zover tussen partijen is afgesproken dat de verlofuren verrekend zouden worden met het salaris over september 2020 en BDO zich niet aan die afspraak heeft gehouden, doet dit aan de terugbetalingsverplichting
van [gedaagde] niet af. Vaststaat immers dat [gedaagde] per saldo € 385,05 te veel aan loon heeft ontvangen.
5.3.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van BDO zal toewijzen.
5.4.
Ook de gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, omdat [gedaagde] daartegen geen zelfstandig verweer heeft gevoerd en deze rente de kantonrechter juist voorkomt.
5.5.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn eveneens toewijsbaar. Deze zijn in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
5.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt.
6De beslissing
De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan BDO van € 449,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 385,05 vanaf 22 november 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van BDO tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 102,15
griffierecht € 126,00
salaris gemachtigde € 150,00 ;
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.