email: info@emvoadvies.nl
vrijdag, 15 mei 2026

Publicatiedatum: 28/07/2022

Categorie: Internationaal

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHSHE20222123, 20/00702 en 20/00703

Vaststelling woonplaats piloot


Het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing met Turkije merkt als inwoner van een verdragsluitende staat aan de persoon die in die staat is onderworpen aan belastingheffing op grond van zijn woonplaats, verblijf of een andere omstandigheid. Voor het geval waarin een persoon op grond van de nationale wetgeving inwoner van beide staten is, bevat het verdrag regels ter bepaling van de woonplaats voor de toepassing van het verdrag. De persoon wordt geacht inwoner te zijn van de staat waarin hij een duurzaam thuis tot zijn beschikking heeft. Is dat in beide staten het geval, dan is het middelpunt van de levensbelangen doorslaggevend. Kan dat middelpunt niet worden bepaald of heeft de persoon in geen van beide staten een duurzaam thuis tot zijn beschikking, dan wordt hij geacht inwoner te zijn van de staat waarin hij gewoonlijk verblijft.

Hof Den Bosch moest in een procedure oordelen over de woonplaats van een Nederlandse piloot, die in Turkije werkte. Niet in geschil was dat de piloot op basis van de nationale wetgevingen inwoner was van beide landen en dat hij in beide landen de beschikking had over een duurzaam thuis. Volgens het hof waren de persoonlijke en de economische betrekkingen van de piloot het nauwst met Nederland en lag daar het middelpunt van zijn levensbelangen. Het gezin van de piloot woonde in Nederland. Dat de piloot en zijn echtgenote hun eigen levens leidden, had niet tot gevolg dat sprake was van duurzaam gescheiden leven. Daarvan is pas sprake als:

  • ten minste één van de gehuwden de huwelijkse samenleving wil verbreken;
  • ieder van hen afzonderlijk een eigen leven leidt alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;
  • ten minste één van hen deze situatie als blijvend bedoelt.

Aan deze voorwaarden was niet voldaan. Het zelfstandige, eigen leven van de piloot in Turkije stond niet in de weg aan de conclusie dat de persoonlijke en de economische betrekkingen van belanghebbende het nauwst met Nederland waren, evenmin als het zelfstandige, eigen leven van de echtgenote.