email: info@emvoadvies.nl
maandag, 16 maart 2026

Publicatiedatum: 01/09/2022

Categorie: Ondernemingswinst

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHARL20227032, 21/00898

Ruilarresten niet van toepassing bij wisselingen in voorraad onroerende zaken


Op grond van de ruilarresten van de Hoge Raad hoeft de boekwinst, die wordt behaald bij de ruil van een vermogensbestanddeel tegen een vermogensbestanddeel van dezelfde aard, niet in aanmerking te worden genomen. De gedachte hierachter is dat het verkregen vermogensbestanddeel in het bedrijfsvermogen de plaats inneemt van het vervreemde. Goed koopmansgebruik staat toe dat de bij de vervreemding behaalde boekwinst in mindering wordt gebracht op de kostprijs van het verkregen vermogensbestanddeel. De ruilarresten kunnen in beginsel worden toegepast op de ruil van alle soorten activa, dus ook op voorraden.

Een bv koopt complete agrarische bedrijven om deze bedrijven in hun geheel te verkopen of om deze uit te ponden en in onderdelen te verkopen. De bv geeft een deel van de aangekochte cultuurgrond uit in kortdurende liberale pacht en koopt ook cultuurgrond die al dan niet kortdurend is verpacht. De bv verwerft het agrarisch vastgoed met de bedoeling om dit op een geschikt moment te verkopen. Verkoop vindt ook plaats aan degene aan wie de grond eerst in kortdurende pacht is gegeven.

De bv heeft in 2015 verschillende onroerende zaken verworven en vervreemd. Het transactieresultaat op cultuurgrond bedroeg € 1.516.900 en op boerderijen € 282.942. De bv heeft deze bedragen met een beroep op de ruilarresten niet tot de belastbare winst gerekend. Volgens de bv moet de vraag of een verworven onroerende zaak in zowel functioneel als economisch oogpunt dezelfde plaats in haar vermogen inneemt als de vervreemde zaak worden beoordeeld aan de hand van de totale vastgoedportefeuille. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden moet niet gekeken worden naar de plaats die de onroerende zaken innemen in het vermogen van de bv, maar naar de plaats die deze zaken innemen in haar handelsvoorraad. Het enkele feit dat zowel de vervreemde als de verworven onroerende zaken tot de handelsvoorraad van de bv behoren of behoorden betekent niet dat de vervreemde en verworven onroerende zaken zowel functioneel als economisch in het vermogen van de bv dezelfde plaats innemen. Voor een handelsonderneming geldt in het algemeen dat de vervreemding van zaken die tot de handelsvoorraad behoren leidt tot een realisering van winst of verlies. Daarvan is ook sprake als de verkoop van een onroerende zaak gepaard gaat met of gevolgd wordt door de aankoop van een andere onroerende zaak, die eveneens bestemd is om op een geschikt moment te worden verkocht.

Volgens het hof is de bv er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat op transactieniveau het verworven activum zowel functioneel als economisch binnen de handelsvoorraad dezelfde plaats inneemt als het vervreemde activum. De ruilarresten kunnen daarom niet toegepast worden.