email: info@emvoadvies.nl
maandag, 19 oktober 2026

Publicatiedatum: 08/09/2022

Categorie: Vennootschapsbelasting

Hoge Raad

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLHR20221121, 20/03948

Prejudiciële vragen over renteaftrekbeperking


De Wet Vpb omvat een renteaftrekbeperking. Deze bepaling houdt in dat de rente van schulden, die zijn aangegaan bij een verbonden lichaam voor de verwerving van een belang in een andere vennootschap, beperkt of niet aftrekbaar is. De wet kent een tegenbewijsregeling, waardoor de aftrek van de rentelasten in een aantal situaties wel mogelijk is. Aftrek van rente is mogelijk als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het aangaan van de schuld en de verwerving van het belang op zakelijke gronden berusten. Aftrek is eveneens mogelijk als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat bij de ontvanger van de rente belasting naar de winst of het inkomen wordt geheven, die naar Nederlandse maatstaven redelijk is. Dat is het geval als ten minste 10% belasting wordt geheven over een naar Nederlandse maatstaven bepaalde belastbare winst.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in een procedure geoordeeld dat de renteaftrekbeperking van de Wet Vpb niet in strijd is met de in het Verdrag betreffende de Werking van de EU neergelegde vrijheden. Uitgaande van de veronderstelling dat de renteaftrekbeperking wel een belemmering van die vrijheden inhoudt, heeft het hof geoordeeld dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. De renteaftrekbeperking heeft als doel te voorkomen dat de Nederlandse belastinggrondslag wordt uitgehold door op de winst rentelasten in mindering te brengen, terwijl de rentebaten niet worden belast. Volgens het hof gaat de regeling niet verder dan noodzakelijk is vanwege de in de wet opgenomen tegenbewijsregeling. Het hof kwam tot dit oordeel in een procedure over een schuld die verband houdt met een externe acquisitie.

In cassatie heeft de Hoge Raad besloten prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU te stellen. De Hoge Raad heeft de volgende vragen voorgelegd.

  1. Is de renteaftrekbeperking in strijd met een of meer artikelen van het VWEU als het gaat om een schuld aan een met de belastingplichtige verbonden lichaam en die schuld verband houdt met de verwerving van een belang in een vennootschap die een verbonden lichaam is of wordt, ongeacht of de schuld tegen marktconforme voorwaarden is aangegaan?
  2. Zo nee, is de renteaftrekbeperking dan in strijd met het VWEU als de aftrek volledig wordt geweigerd, ook voor zover die rente niet hoger is dan zou zijn overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen?
  3. Maakt het verschil of de verwerving van het belang betrekking heeft op een lichaam dat al een met de belastingplichtige verbonden lichaam was of dat het lichaam pas na deze verwerving een met de belastingplichtige verbonden lichaam wordt?