Bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap in behandeling. De staatssecretaris van Financiën heeft aan de Kamer een uiteenzetting gegeven van hoe dit wetsvoorstel uitwerkt bij de immigratie van een aanmerkelijkbelanghouder
(ab-houder).
Het maximumbedrag aan schulden van de ab-houder wordt gesteld op het totaalbedrag aan schulden aan de eigen vennootschap op het moment van immigratie, maar ten minste op € 700.000. De voorgestelde wijze voor het bepalen van het maximumbedrag bij immigratie
is in lijn met de manier waarop de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang bij immigratie wordt vastgesteld. Bij immigratie wordt de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang in beginsel gesteld op de waarde die de aandelen op het moment van immigratie
hebben (step-up). Dit is van belang voor het vaststellen van de toekomstige omvang van de vervreemdingsvoordelen, omdat Nederland slechts belasting heft over de in Nederland opgebouwde meerwaarde van de aandelen. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om bij
immigratie een vergelijkbare step-up te geven voor het maximumbedrag aan de schulden van de ab-houder aan de eigen vennootschap bij immigratie. Hiermee wordt rekening gehouden met de in het buitenland opgebouwde waarde en (latente) inkomstenbelastingheffing
over de in het buitenland opgebouwde schuld. Daarnaast wordt voorkomen dat gelden, die buiten de periode van Nederlandse belastingplicht als lening aan de vennootschap zijn onttrokken, in de Nederlandse heffing worden betrokken.
De voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA 's-Gravenhage
Datum 12 september 2022
Betreft Immigratie aanmerkelijkbelanghouder met bovenmatige schulden
Ons kenmerk 2022-0000225329
Geachte voorzitter,
Tijdens het plenair debat op 7 september jl. van het wetsvoorstel “Wet excessief lenen bij eigen vennootschap” heb ik uw Kamer toegezegd om vóór de stemming van dit wetsvoorstel nader in te gaan op de vraag van het lid Mulder hoe het wetsvoorstel uitwerkt
bij een aanmerkelijkbelanghouder die zich vanuit een niet EU-land in Nederland gaat vestigen (immigratie). Met deze brief kom ik aan deze toezegging tegemoet.
Als een aanmerkelijkbelanghouder in Nederland gaat wonen dan wordt op grond van het wetsvoorstel het maximumbedrag gesteld op het totaalbedrag van schulden aan de eigen vennootschap op het moment van immigratie, maar ten minste op € 700.000. Het is in de
voorgestelde regeling niet relevant of de aanmerkelijkbelanghouder immigreert vanuit een lidstaat van de Europese Unie of vanuit een zogenoemd derde land. Vanuit EU-perspectief is het niet toegestaan EU-ingezetenen te beperken in hun verkeersvrijheden. Het
EU-recht schrijft voor dat geen ongerechtvaardigde belemmeringen opgelegd mogen worden ter zake van (onder meer) het vrije verkeer van personen en vestiging. Bij de vormgeving van het wetsvoorstel is gekozen om aanmerkelijkbelanghouders die vanuit een derde
land immigreren niet anders te behandelen dan aanmerkelijkbelanghouders die immigreren vanuit een EU-lidstaat. De voorgestelde wijze voor het bepalen van het maximumbedrag bij immigratie is in lijn met de manier waarop de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk
belang bij immigratie wordt vastgesteld.
Bij immigratie wordt op basis van de huidige wet- en regelgeving de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang in beginsel gesteld op de waarde die de aandelen op het moment van immigratie hebben (step-up). Dit is van belang voor het vaststellen van de
toekomstige omvang van de vervreemdingsvoordelen, omdat Nederland slechts inkomstenbelasting heft over de in Nederland opgebouwde waarde van de aandelen. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om bij immigratie een vergelijkbare step-up te geven door het maximumbedrag
te stellen op het totaalbedrag van de schulden van de aanmerkelijkbelanghouder aan de eigen vennootschap bij immigratie, maar ten minste op het reguliere maximumbedrag van € 700.000. Hiermee wordt rekening gehouden met de in het buitenland opgebouwde waarde
en (latente) inkomstenbelastingheffing over de in het buitenland opgebouwde schuld. Daarnaast wordt voorkomen dat gelden die buiten de periode van Nederlandse belastingplicht als lening aan de vennootschap zijn onttrokken in de Nederlandse heffing worden betrokken.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst
Marnix L.A. van Rij