De Tweede Kamer heeft tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen een motie aangenomen over de versoepeling van de betalingsregeling (corona)belastingschuld. De versoepeling houdt in dat ondernemers de mogelijkheid krijgen van een betaalpauze van drie maanden
voordat zij moeten beginnen met aflossen. De strekking van deze motie is de verlenging van de betaalpauze naar zes maanden. De staatssecretaris van Financiën schrijft in een brief aan de Kamer dat ondernemers met belastinguitstel op verzoek eenmalig een betaalpauze
van maximaal zes maanden kunnen krijgen. De ondernemer dient in zijn verzoek duidelijk te maken dat hij aflossingsproblemen heeft. Als voorwaarde voor de betaalpauze geldt dat de ondernemer zijn betalingsverplichtingen jegens de Belastingdienst vanaf 1 april
is nagekomen.
Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA 'S-GRAVENHAGE
Datum 30 september 2022
Betreft Verruiming betaalpauze betalingsregeling (corona)belastingschuld
Ons kenmerk 2022-0000238910
Geachte voorzitter,
In mijn brief van 8 september jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de vormgeving van de versoepeling van de betalingsregeling (corona)belastingschuld.
Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen op 22 september jl. heeft uw Kamer een motie aangenomen met betrekking tot de versoepeling van de betalingsregeling. Met deze motie van de leden Hermans en Heerma wordt de regering onder meer verzocht om een betaalpauze
van zes maanden in te voeren voor ondernemers die op 1 oktober 2022 moeten starten met het aflossen van de (corona)belastingschuld en hierbij geen bureaucratische toets in te voeren.
Het kabinet herkent dat voor ondernemers met (tijdelijke) aflossingsproblemen een verruiming van de betaalpauzemogelijkheid, van drie naar maximaal zes maanden, kan helpen in deze uitzonderlijke tijden. De versoepeling van de betalingsregeling zal zo worden
aangepast, dat ondernemers met belastinguitstel eenmalig een betaalpauze van maximaal zes maanden kunnen krijgen. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt de ondernemer gevraagd om een schriftelijk gemotiveerd verzoek in te dienen waaruit aflossingsproblematiek
blijkt. Daarnaast geldt als voorwaarde dat de reguliere betalingsverplichtingen (zoals de maandelijkse afdracht omzetbelasting en loonheffingen) vanaf 1 april zijn nagekomen.
Het deel van de motie van de leden Hermans en Heerma dat ziet op de verruiming van de betaalpauze wordt met deze brief afgedaan.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst,
Marnix L.A. van Rij