email: info@emvoadvies.nl
dinsdag, 14 april 2026

Publicatiedatum: 10/11/2022

Categorie: Vennootschapsbelasting

Hoge Raad

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLHR20221578, 21/02980

Toepassing liquidatieverliesregeling


Er geldt een uitzondering op de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting voor liquidatieverliezen. Dat zijn verliezen op deelnemingen, die tot uitdrukking komen nadat de vennootschap, waarin wordt deelgenomen, is ontbonden. Het liquidatieverlies is het bedrag waarmee het voor de deelneming opgeofferde bedrag het totaal van de liquidatie-uitkeringen overtreft. Door de liquidatieverliesregeling kan de deelnemende vennootschap verliezen van een dochtervennootschap verrekenen, die de dochtervennootschap zelf niet meer kan verrekenen.

Volgens de Hoge Raad is de liquidatieverliesregeling onverkort van toepassing op een verlies, dat is toe te rekenen aan een periode waarin de belastingplichtige nog niet belastingplichtig was voor de vennootschapsbelasting. Door de invoering van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen zijn veel overheidsondernemingen per 1 januari 2016 belastingplichtig geworden. Deze wet bevat geen bijzondere bepaling waardoor de liquidatieverliesregeling geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is als een voor de inwerkingtreding van deze wet gehouden deelneming na 1 januari 2016 wordt geliquideerd. Er is geen reden voor de rechter om een voor aftrek in aanmerking komend liquidatieverlies op grond van een redelijke wetstoepassing te beperken tot het gedeelte van het verlies dat is toe te rekenen aan de periode waarin de deelnemende vennootschap belastingplichtig is. Bij de aanvang van de belastingplicht waren de deelnemingen op nihil gewaardeerd. Die waardering bij de aanvang van de belastingplicht doet voor de liquidatieverliesregeling niet ter zake.