email: info@emvoadvies.nl
vrijdag, 17 april 2026

Publicatiedatum: 10/11/2022

Categorie: Inkomstenbelasting

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHARL20229270, BK-ARN 21/00851

Afwaardering regresvordering niet ten laste van inkomen in box 1


Tot het inkomen in box 1 van de inkomstenbelasting behoort het resultaat uit een of meer werkzaamheden. Als werkzaamheid wordt aangemerkt het hebben van een vordering op een vennootschap waarin de crediteur een aanmerkelijk belang heeft. Een regresvordering die voortvloeit uit een door een aanmerkelijkbelanghouder verstrekte borgstelling is een zodanige schuldvordering. Omdat de regresvordering rechtstreeks samenhangt met de verplichting om de crediteur van de hoofdschuldenaar te betalen als de borgstelling wordt ingeroepen, behoort deze verplichting tot het werkzaamheidsvermogen. De betalingsverplichting ontstaat door het aangaan van de borgstelling en behoort vanaf dat moment tot het werkzaamheidsvermogen. Op het tijdstip waarop de aanmerkelijkbelanghouder uit hoofde van de borgstelling aan de crediteur een bedrag voldoet, onttrekt hij dat bedrag aan zijn overige vermogen. Die onttrekking vormt een storting in zijn werkzaamheidsvermogen. Het verschil tussen de betaling aan de crediteur en de waarde van de regresvordering komt ten laste van het resultaat uit de werkzaamheid.

Een aanmerkelijkbelanghouder verstrekte een borgstelling aan de bank voor een aan een dochtermaatschappij van de vennootschap verstrekte financiering. De borgstelling is in 2008 aangegaan. In 2009 ging de dochtermaatschappij failliet. Na de verkoop van de aandelen in de vennootschap in 2010 is de borg door de bank aangesproken. Uiteindelijk heeft de voormalige aanmerkelijkbelanghouder in 2015 en 2016 bedragen aan de bank betaald uit hoofde van de borgstelling. Naar het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden is met het eindigen van het aanmerkelijk belang in 2010 ook de terbeschikkingstelling geëindigd. Vanaf dat moment wordt immers niet meer voldaan aan de wettelijke criteria van de terbeschikkingstellingsregeling. De stelling dat de terbeschikkingstelling voortduurt tot het moment van daadwerkelijke betaling vindt geen steun in het recht. De afwaardering van de regresvordering leidt niet tot een aftrekbaar verlies in box 1.