email: info@emvoadvies.nl
maandag, 26 oktober 2026

Publicatiedatum: 24/11/2022

Categorie: Inkomstenbelasting

Gerechtshof Den Haag

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHDHA20222270, BK-19/00453

Bewustheid bij aandeelhouder van winstuitdeling


Een door een vennootschap aan haar aandeelhouder toegekend voordeel is een uitdeling van winst indien en voor zover aannemelijk is dat de vennootschap de aandeelhouder als zodanig heeft willen bevoordelen. De aandeelhouder moet zich van de bevoordelingsbedoeling bewust zijn geweest of had dat redelijkerwijs moeten zijn. Een winstuitdeling vormt een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang en is belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Inkomen uit aanmerkelijk belang is een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel. Voor zover de partners geen andere verhouding hebben gekozen, wordt dit inkomensbestanddeel aan de belastingplichtige en zijn partner ieder voor de helft toegerekend.

Een vennootschap verstrekte in 2007 een lening van € 29 miljoen aan haar aandeelhouder door overdracht van een effectenportefeuille. De vennootschap droeg de vordering op de aandeelhouder over aan een buitenlandse dochtermaatschappij. In 2012 is de vordering ten titel van terugbetaling van kapitaal door de dochtermaatschappij overgedragen aan de vennootschap. De vordering bedroeg op dat moment ruim € 36 miljoen. De waarde van de effectenportefeuille was in de tussentijd gedaald tot € 19,6 miljoen. De dochtermaatschappij heeft vlak voor de overdracht een deel van de vordering ter grootte van € 16,6 miljoen kwijtgescholden. Die kwijtschelding is door de inspecteur aangemerkt als een uitdeling van winst.

Volgens Hof Den Haag heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de dochtermaatschappij de aandeelhouder heeft willen bevoordelen. De aandeelhouder moet zich daarvan bewust zijn geweest. De daling van de waarde van de effectenportefeuille was geen reden voor afwaardering van de vordering omdat niet de portefeuille is uitgeleend maar een geldbedrag. De lening moest volgens de overeenkomst in euro’s worden terugbetaald. De aandeelhouder beschikte over de financiële middelen om zijn schuld aan de dochtermaatschappij te kunnen voldoen. Een zakelijke reden voor de afwaardering was er niet. Het ging om een zeer aanzienlijk bedrag, dat niet anders dan een bewuste bevoordeling kan zijn geweest van de aandeelhouder. De aandeelhouder heeft als bestuurder van de vennootschap de algemene vergadering van aandeelhouders van de dochtermaatschappij bijgewoond. In die vergadering is besloten tot de afwaardering. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat het besluit om een verlies van ruim € 16 miljoen te nemen op de vordering door de aandeelhouder zelf is genomen. De inspecteur heeft het bedrag van de afwaardering terecht als een uitdeling van winst aangemerkt.