email: info@emvoadvies.nl
maandag, 26 oktober 2026

Publicatiedatum: 24/11/2022

Categorie: Inkomstenbelasting

Gerechtshof Amsterdam

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHAMS20223203, 21/00084

Geruisloze inbreng verhuurde onderneming


De inbreng van een onderneming voor de inkomstenbelasting in een bv wordt op verzoek van de ondernemer niet aangemerkt als een staking van de onderneming. De oprichters van de bv moeten in dezelfde verhouding gerechtigd zijn in het aandelenkapitaal van de bv als in het vermogen van de omgezette onderneming. Daarnaast moet aan een aantal door het ministerie van Financiën gestelde voorwaarden worden voldaan. Volgens een besluit van Financiën kan het verhuren van een onderneming niet als het drijven van een onderneming worden aangemerkt. Daarom zou een geruisloze omzetting van een verhuurde onderneming in beginsel niet mogelijk zijn.

De vraag in een procedure voor Hof Amsterdam is of geruisloze inbreng van een verhuurde onderneming mogelijk is, als de onderneming aanvankelijk door de inbrenger is gedreven en later door hem is verhuurd. De rechtbank oordeelde eerder dat de onderneming niet mede voor rekening en risico van de inbrenger of de bv wordt gedreven. Volgens de rechtbank heeft de Belastingdienst het verzoek om toepassing van de geruisloze inbreng terecht afgewezen.

Het hof is van oordeel dat de inbrenger sinds de aanvang van de verhuur winst uit onderneming heeft genoten als medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming. De overeengekomen huurperiode bedroeg maximaal 15 jaar. Na afloop van de huurperiode komen de tot de verhuurde onderneming behorende vermogensbestanddelen aan de inbrenger toe. De medegerechtigdheid vormt volgens het hof een rechtstreekse voortzetting van de eerdere gerechtigdheid tot het ondernemingsvermogen als ondernemer voor de inkomstenbelasting. In een dergelijke situatie kan de medegerechtigde een beroep doen op de faciliteit van de geruisloze inbreng van een onderneming.