email: info@emvoadvies.nl
maandag, 26 oktober 2026

Publicatiedatum: 24/11/2022

Categorie: Formeel recht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLGHARL20229499, 21/01447 t/m 21/01449

Vereiste aangifte niet gedaan


Wanneer iemand niet de vereiste aangifte heeft gedaan, wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard. Dat betekent in een procedure dat de belastingplichtige overtuigend moet aantonen dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is. De vereiste aangifte is niet gedaan wanneer sprake is van één of meer gebreken, waardoor de volgens de aangifte verschuldigde belasting aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Daarbij moet worden uitgegaan van het te betalen bedrag aan belasting na verrekening van voorheffingen en heffingskortingen. De belastingplichtige moet zich ervan bewust zijn dat door de gebreken in de aangifte een aanzienlijk bedrag aan belasting niet zou zijn geheven. Zowel voor de constatering van de gebreken in de aangifte als voor de bewustheid van de belastingplichtige gelden de normale regels van stelplicht en bewijslast.

De Belastingdienst corrigeerde de aangiften van een belastingplichtige, die in 2016 en 2017 geen inkomen heeft aangegeven. In die jaren stortte hij regelmatig contante bedragen van tussen de € 500 en € 4.400 op zijn bankrekening. In vier jaar tijd heeft de belastingplichtige zeven voertuigen ingevoerd. Volgens verklaring van de belastingplichtige betrof een voertuig een door hem gerepareerde schadeauto, die hij voor beduidend meer dan zijn aankoopprijs heeft verkocht.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is het vermoeden gerechtvaardigd dat de belastingplichtige inkomsten heeft genoten met het herstellen en/of verhandelen van auto’s of uit een andere onbekend gebleven bron van inkomen. Naar het oordeel van het hof kan een aanzienlijk deel van de contante stortingen worden aangemerkt als belast inkomen. Dit leidt tot de constatering dat de vereiste aangiften niet zijn gedaan, omdat op grond van de ingediende aangiften een verhoudingsgewijs en op zichzelf beschouwd aanzienlijk bedrag aan inkomstenbelasting niet zou worden geheven. Het hof acht verder aannemelijk dat de belastingplichtige zich daarvan ten tijde van het doen van de aangiften bewust was en dat in ieder geval had moeten zijn. De belastingplichtige heeft zijn stellingen omtrent de herkomst van de contante geldbedragen, die hij op zijn bankrekeningen heeft gestort, niet aannemelijk gemaakt. Daarmee is niet voldaan aan de normale bewijslast en dus zeker niet aan de verzwaarde bewijslast op grond van de omkering en verzwaring daarvan.