email: info@emvoadvies.nl
maandag, 2 november 2026

Publicatiedatum: 08/12/2022

Categorie: Formeel recht

Hoge Raad

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLHR20221795, 22/00198

Vijfjaarstermijn verzoek ambtshalve vermindering


Tegen een belastingaanslag kan binnen zes weken bezwaar gemaakt worden. Een na het verstrijken van de bezwaartermijn ingediend bezwaarschrift wordt aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering. In de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting is bepaald, dat een verzoek om ambtshalve vermindering moet zijn ingediend binnen vijf jaar na het einde van het kalenderjaar, waarop de belastingaanslag betrekking heeft. Deze bepaling heeft tot gevolg dat het niet mogelijk is om een verzoek om ambtshalve vermindering tijdig in te dienen als de belastingaanslag pas na het einde van de vijfjaarstermijn wordt opgelegd.

Volgens de Hoge Raad is dat het gevolg van de keuze van de regelgever om de termijn voor indiening van een verzoek om ambtshalve vermindering afhankelijk te stellen van het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft en niet van het einde van de navorderingstermijn of van het moment, waarop de belastingaanslag is opgelegd. De Hoge Raad komt tot dit oordeel in een procedure over een te laat ingediend bezwaarschrift tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting. De navorderingsaanslag was opgelegd na het verstrijken van de vijfjaarstermijn. Omdat tegen de navorderingsaanslag bezwaar had kunnen worden ingediend, is de vijfjaarstermijn voor een verzoek om ambtshalve vermindering niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.