email: info@emvoadvies.nl
maandag, 2 november 2026

Publicatiedatum: 08/12/2022

Categorie: Inkomstenbelasting

Hoge Raad

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLHR20221707, 21/04880

Geen rekening houden met conservatoir beslag op banktegoeden in box 3


In een procedure voor de Hoge Raad was in geschil of bij de berekening van het belastbare inkomen in box 3 rekening moet worden gehouden met een conservatoir verhaalsbeslag op buitenlandse banktegoeden. Eerder in de procedure oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden dat er op de peildata geen sprake was van een verplichting, waaraan een waarde in het economisch verkeer kan worden toegekend.

De belanghebbende deed in cassatie een beroep op een arrest van de Hoge Raad uit 1952. Dat arrest heeft betrekking op nog niet vaststaande betalingsverplichtingen, die volgens de toen geldende wettelijke bepalingen door hun voorzienbaarheid in mindering mochten worden gebracht op de belastbare winst. Voor het bepalen van de rendementsgrondslag van box 3 is dit arrest niet relevant. Een vermogenssanctie of een maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan pas in aanmerking worden genomen als die sanctie of maatregel voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. Volgens de Hoge Raad is het oordeel van het hof dat op de relevante peildata geen sprake was van een verplichting met een waarde in het economisch verkeer juist. Dat geldt ook voor het oordeel dat een inschatting van de kans dat op vordering van het Openbaar Ministerie een betalingsverplichting zal ontstaan niet aan de orde is.