email: info@emvoadvies.nl
zaterdag, 14 maart 2026

Publicatiedatum: 02/03/2023

Categorie: Inkomstenbelasting

Rechtbank Noord-Holland

Aard: jurisprudentie

Nummer: ECLINLRBNHO202212305, HAA 21/3557

Correctie inbrengwaarde pand bij terbeschikkingstelling?


De terbeschikkingstellingsregeling is van toepassing op vermogensbestanddelen die een belastingplichtige ter beschikking stelt aan een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft. Het resultaat uit de terbeschikkingstelling wordt bepaald volgens de regels die gelden voor de winstbepaling.

Bij het einde van de terbeschikkingstelling in 2015 van een onroerende zaak stelde de belastingplichtige dat de inbrengwaarde van de onroerende zaak in 2001 te laag was gesteld. In de aangiften tot en met 2014 had de belastingplichtige steeds de kostprijs van € 1.490.710 als beginwaarde gehanteerd. In zijn aangifte over 2015 hanteerde hij een bedrag van € 2.320.000. Uitgaande van die hogere inbrengwaarde kwam de belastingplichtige uit op een verlies bij het einde van de terbeschikkingstelling. Hij meende met een beroep op de foutenleer de inbrengwaarde te kunnen corrigeren.

Naar het oordeel van de rechtbank is de belastingplichtige er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak op 1 januari 2001 hoger was dan € 1.490.710. De belastingplichtige voerde een taxatierapport uit 2020 van de waarde per 1 januari 2001 aan ter onderbouwing van zijn standpunt. Deze taxatie bood geen inzicht in hoe de taxateur tot de gehanteerde waarde is gekomen. De taxateur heeft slechts beperkt geantwoord op vragen van de Belastingdienst naar aanleiding van de taxatie. De belastingplichtige kon de gestelde waarde niet nader onderbouwen.

De rechtbank heeft het beroep op de foutenleer verworpen.