De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens aangenomen. Op basis van het wetsvoorstel kunnen pensioengerechtigden bij de keuze voor uitbetaling van een bedrag ineens, kiezen voor uitstel van de uitbetaling tot de maand januari volgend
op het jaar waarin zij de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Het verzoek om uitstel moet voor de ingangsdatum van het ouderdomspensioen worden gedaan. Voorwaarde voor toepassing van het uitstel is dat de ingangsdatum van het ouderdomspensioen is gelegen
in de maand waarin de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt of valt op de eerste dag van de daaropvolgende maand.
Bij de behandeling van het wetsvoorstel heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen. De Kamer vraagt de regering om te bezien of en hoe de doelgroep van de uitstelmogelijkheid kan worden uitgebreid.
Plenaire vergadering 8 oktober 2024
Wetgeving
30 juni 2022
Wijziging van de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen in verband met de herziening van de mogelijkheid tot afkoop in de vorm van een bedrag ineens alsmede tot wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet herziening bedrag ineens)
Besluit: Aangenomen.
Wet herziening bedrag ineens, RVU en verlofsparen
Dit wetsvoorstel past de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen aan om de uitvoering makkelijker te maken voor pensioenfondsen en verzekeraars en duidelijker voor deelnemers. De Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen (wetsvoorstel 35 555) geeft deelnemers
aan pensioenregelingen de mogelijkheid om een deel van hun opgebouwde pensioen in één keer op te nemen. Dit kan op de pensioendatum of in februari van het jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd.
De invoering van het onderdeel keuzerecht voor het bedrag ineens is meerdere keren uitgesteld. Oorspronkelijk zou het op 1 januari 2022 ingaan, maar de datum is nu verschoven naar 1 juli 2025.
Het kabinet wil pensioenfondsen en verzekeraars meer tijd geven om hun systemen aan te passen en deelnemers goed te informeren over de gevolgen van hun keuze. Het opnemen van een bedrag ineens kan namelijk invloed hebben op het resterende pensioen en op andere
financiële zaken, zoals belastingen en toeslagen.